Bron:
GGZ-Nederland, 20 september 2004
Nieuwe regeling psychotherapie per 15 oktober 2004
Met ingang van 15 oktober wordt het aantal zittingen psychotherapie, verzekerd in de AWBZ, beperkt tot 25 zittingen. Uitzondering op deze regel is de aanspraak op maximaal 50 zittingen voor verzekerden met een persoonlijkheidsstoornis. Voor verzekerden jonger dan 18 jaar geldt altijd een maximum van 50 zittingen.
Zodra een verzekerde gedurende de therapie de leeftijd van 18 jaar bereikt, wordt het maximum teruggebracht naar 25, tenzij alsnog de diagnose persoonlijkheidsstoornis wordt gesteld.
In afwijking van het bovenstaande
geldt voor psychotherapeutische behandeling geen beperking van het aantal
zittingen indien sprake is van een psychoanalytische behandeling te verlenen
door een instelling. Alleen deze laatste uitzondering heeft terugwerkende
kracht tot 1 januari 2004.
Met ingang van 15 oktober as. wordt de eigen bijdrage voor psychotherapie verhoogd tot € 15,- per zitting met een maximum van € 675,- per kalenderjaar. De verhoging van de eigen bijdrage geldt ook voor psychotherapeutische behandelingen die gestart zijn voor
15 oktober.
Om de aanspraak op psychotherapie te kunnen maken is een verwijzing door huisarts, bedrijfsarts of behandelend medisch specialist nodig. De instelling stelt de indicatie. De verzekerde, of de instelling namens de verzekerde, meldt de start van de psychotherapeutische behandeling aan het zorgkantoor. Omstreeks de twintigste zitting zal de cliënt of de instelling namens de cliënt een hernieuwde melding moeten doen aan het zorgkantoor, als op basis van de diagnose persoonlijkheidsstoornis langere behandeling dan 25 zittingen nodig is. Ook als de verzekerde 18 jaar wordt tijdens de therapie zal rond de twintigste zitting alsnog een melding aan het zorgkantoor moeten worden gedaan.
De instellingen ontvangen van het zorgkantoor de meldingsformulieren voor de eerste en de hernieuwde melding.
Tot de psychoanalytische behandeling wordt gerekend:
- psychoanalytische psychotherapie gedurende één of twee keer per week;
- klassieke psychoanalyse gedurende vier of vijf keer per week.
Psychoanalytische behandeling komt alleen voor rekening van de AWBZ als zij wordt verstrekt door een toegelaten instelling.
De verzekerde moet hiervoor vooraf toestemming hebben verkregen, door de verzekerde zelf of namens de verzekerde door de instelling aan te vragen bij het zorgkantoor. Hiervoor hebben de zorgkantoren de benodigde formulieren.
De voorwaarden voor psychoanalytische behandeling zijn afwijkend en strikter: indicatiestelling met gebruikmaking van het indicatieprotocol van het NPI en deelname door de behandelaar aan het door het NPI ontwikkelde kwaliteits- en monitoringssysteem.
Formeel is de regeling zo dat de verzekerde, de cliënt, zelf melding maakt en toestemming vraagt aan het zorgkantoor om daarmee een aanspraak op verzekerde zorg geldend te maken. In de praktijk zal de instelling namens de verzekerde de melding doen of de toestemming vragen. Omdat het informatie over de diagnose betreft, is het aan te bevelen standaard in het behandelingsprotocol op te nemen dat de cliënt hierover uitdrukkelijk wordt geïnformeerd. Een handtekening van de cliënt biedt de meeste zekerheid. Een aantekening in het cliëntendossier dat de cliënt is geïnformeerd over de uitwisseling van de betreffende gegevens is een bruikbare tweede optie.
Het College voor zorgverzekeringen stelt een handtekening van de cliënt op het meldings- en toestemmingsformulier niet verplicht.
In de overgangsbepalingen zijn twee groepen te onderscheiden:
- Cliënten die voor 1 januari 2004 zijn gestart met een psychotherapeutische behandeling en
- cliënten die tussen 1 januari en 15 oktober 2004 met de psychotherapie zijn begonnen.
- Aanvang psychotherapie vóór 1 januari 2004:
De verzekerde die vóór 1 januari 2004 met een psychotherapeutische behandeling is gestart heeft aanspraak op ten hoogste 30 zittingen te rekenen vanaf 1 januari 2004.
NB: bij psychotherapie in de
vrijgevestigde praktijk ligt dit genuanceerder, omdat daar al voor 1 januari
2004 een maximum van 90 zittingen gold. Cliënten van vrijgevestigden die vóór 1
januari 2004 zijn gestart met de psychotherapie hebben nog aanspraak op
maximaal 30 zittingen vanaf 1 januari 2004, tenzij
het oorspronkelijk maximum van 90 zittingen al eerder is bereikt.
Een verzekerde met een persoonlijkheidsstoornis én verzekerden tot 18 jaar die vóór
1 januari 2004 zijn gestart met een psychotherapie hebben in ieder geval aanspraak op een totaal van 50 zittingen.
Hoeveel zittingen in 2004 nog verzekerd zijn hangt dus af van het vóór 01-01-04 ontvangen aantal. Ook hier geldt dat de maximale aanspraak eerder kan zijn bereikt in de vrijgevestigde praktijk, namelijk als 90 zittingen vanaf de aanvang zijn verstreken.
Cliënten die in de periode van 1 januari 2004 tot 15 oktober 2004 zijn gestart met een psychotherapeutische behandeling hebben ten hoogste aanspraak op 30 zittingen. Verzekerden met een diagnose persoonlijkheidsstoornis en verzekerden jonger dan 18 jaar hebben aanspraak op maximaal 50 zittingen.
De zorgkantoren zullen start en einde van de behandeling, het aantal zittingen en de diagnose registreren en steekproefsgewijs controleren.
§ Het is zaak de cliënt bij de aanvang van de psychotherapie te vragen of deze reeds elders zittingen psychotherapie heeft ontvangen, zodat duidelijk is hoeveel zittingen vanaf dat moment nog verzekerd zijn. Overschrijding van het maximum aantal zittingen komt voor rekening van de cliënt zelf en zal door de instelling geïnd moeten worden.
§ Na beëindiging van een psychotherapeutische behandeling in verband met het bereiken van het maximum aantal verzekerde zittingen moet tenminste 1 jaar zijn verstreken, voordat een nieuwe aanspraak op psychotherapeutische behandeling geldend gemaakt kan worden.
§ De maatregel betreft alleen ambulante psychotherapie
§ De maatregel geldt voor individuele, partnerrelatie-, gezins- en groepstherapie.
§ Voor een gezinstherapie waarbij de aanleiding bestaat uit de persoonlijkheidsstoornis van een gezinslid of uit de problematiek van een verzekerde jonger dan 18 jaar zou redelijkerwijs het maximum van 50 zittingen gelden. De regeling zelf geeft hierover geen uitsluitsel, zodat zonodig overleg met het zorgkantoor zekerheid vooraf moet bieden.