AAN :
leden van de NVVP
VAN :
bestuur van de NVVP
DATUM :
23 maart 2005
ALARM
PRIVACY!
Geachte
leden,
Het
bestuur van de NVVP adviseert u om met ingang van heden te stoppen met
1) het
vermelden van DSM IV diagnosecodes op het zgn. A-formulier dat gebruikt wordt
voor het aanmelden van behandelingen in het kader van de AWBZ; en
2) het
vermelden van AsII-diagnoses op de aanvragen voor verlenging van de behandeling
van 25 naar 50- sessies (V-formulier) anders dan standaard de diagnose 301.9
(persoonlijkheidsstoornis NAO).
Een
uitgebreide motivering van dit advies kunt u lezen in de brief die het bestuur
deze week heeft verstuurd aan het College Voor Zorgverzekeringen (CVZ), die in
afschrift is gestuurd naar Zorgverzekeraars Nederland en het Ministerie van
VWS.
In het
kort is het motief voor dit advies:
Aan
psychotherapeuten worden toenemend door zorgkantoren voorgeschreven om
diagnostische informatie aan te leveren, gekoppeld aan persoonsgegevens van
cliënten. Volgens de WGBO is dit niet toegestaan. Ook in het kader van de
DBC-ontwikkeling is duidelijk geworden dat verzekeraars niet zomaar mogen
beschikken over privacygevoelige medische informatie die op individuele
personen is terug te voeren. Alleen in het kader van de zgn. materiële controle
kan het zorgkantoor inzage eisen in deze informatie gekoppeld aan
persoonsgegevens, maar dan mag deze informatie nog alleen gegeven worden aan de
medisch adviseur of de adviserend geneeskundige van het zorgkantoor.
In het
kader van de pakketmaatregel werden psychotherapeuten vorig jaar verplicht om
de diagnose persoonlijkheidsstoornis gekoppeld aan persoonsgegevens te
vermelden bij aanvraag van verlenging van de behandeling. De NVVP heeft de
rechtmatigheid hiervan ter toetsing voorgelegd aan het College Bescherming
Persoonsgegevens. Helaas is hierop nog geen uitspraak gevolgd. Omdat ons echter
uit steeds meer regio’s berichten bereiken van zorgkantoren die volledige
5-assige DSMIV diagnoses (soms aangevuld met een klassieke diagnose)
eisen, meent het NVVP bestuur dat de
beroepsgroep haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen en moet aangeven wat
wel en wat niet kan. Daaruit is bovenstaand advies gevolgd.
De NVVP
heeft aan het CVZ aangegeven dat de beroepsgroep ten allen tijde bereid is
hierover met andere betrokken partijen in gesprek te gaan om te komen tot voor
iedereen aanvaardbare en werkbare afspraken.
Met
vriendelijke groet,
namens
het bestuur van de NVVP,
drs. Dick
C. Bouman, voorzitter
Bijlage:
brief NVVP bestuur aan College voor Zorgverzekeringen