Bureacratische
bestuurslagen belemmeren de professional en kosten veel geld
STAP becommentarieert
ontwikkelingen in de GGZ
Gelukkig komen er steeds meer kritische geluiden over de overregulering, verambtelijking en bureaucratisering van de zorg. Tjeenk Willink is een voorbeeld van een bestuurder die oog heeft voor de gevaren van steeds groeiende bestuurslagen.
Om te beginnen enkele citaten uit Tjeenk Willinks’
inleiding bij de presentatie van het Jaarverslag 2003
van de Raad van State:
·
Terugkijkend
op de afgelopen 20 jaar valt op dat er wel veel is gediscussieerd over de
organisatie van het overheidsbestuur (en ook het nodige gedaan) maar weinig is
nagedacht over de wijze waarop dat bestuur in zijn politieke en
maatschappelijke omgeving werkt.
·
Ieder draagt natuurlijk
zijn eigen verleden met zich mee, zo ook ik. Het is deze weken 20 jaar geleden
dat ik als regeringscommissaris reorganisatie Rijksdienst in het jaarbericht –
1984 uiteen heb gezet dat en ik citeer: “Op de toenemende spanning tussen de
vragen die de maatschappij aan de overheid stelt en de antwoorden die de
politiek kan formuleren, het bestuur reageert met versterking van de eigen
organisatie. Dat leidt tot verambtelijking”. Om die te bestrijden werden in
1984 een aantal vuistregels geformuleerd. Met de wijsheid van nu moeten we
constateren dat in vele opzichten het tegendeel gebeurde. Haast ongemerkt in de
afgelopen 20 jaar een steeds grotere tussenlaag ontstaan tussen een minister
die voor het beleid verantwoordelijk is en de professionele uitvoerders van dat
beleid (de dokter, de leraar, de politieagent). Een tussenlaag van vaak goed
betaalde functionarissen niet alleen op het ministerie, maar ook in zelfstandig
bestuursorganen, bij andere overheden, in private instellingen, in de
professionele uitvoeringsorganisaties zelf en in de samenwerkverbanden tussen
al deze instanties; als beleidsambtenaar, als rekenmeester, als toezichthouder,
als (externe) adviseur en als manager. Die tussenlaag is het grootste probleem
geworden voor het goed functioneren van taken en diensten waarvoor de staat
uiteindelijk (ook) een verantwoordelijkheid draagt, al is vaak de uitvoering aan
anderen opgedragen.
·
We zouden eens de
aantallen functionarissen in die tussenlaag moeten vergelijken met 20 jaar
terug. De tussenlaag toen en nu tussen de minister van Volksgezondheid en
artsen, tussen de minister van Justitie en rechters, tussen de minister van
Binnenlandse Zaken en politieagenten. Wie hebben vooral last van die
tussenlaag?
Burgers, uitvoerders van beleid en (als ze zich dat zouden realiseren)
politici. Uitgerekend de drie hoofdrolspelers in de democratische rechtsstaat.
Zij worden gemarginaliseerd of hebben zich laten marginaliseren. De verandering
moet dus in drie richtingen worden gezocht:
herbezinning op de politieke functie;erkenning van de professionaliteit van
degenen die met de uitvoering van publieke dienstverlening zijn belast; meer
ruimte voor het particulier initiatief (onafhankelijke organisaties van burgers
die zich inzetten voor aspecten van publiek belang).
Volgens STAP geeft hij o.a. een heldere visie op het ondoordacht streven naar privatisering van de regering (namelijk als gebrek aan visie), de verambtelijking van de private ruimte, en de veel te grote rol van duur betaalde adviesorganen (vaak geprivatiseerde ambtelijke instituten) en de geminimaliseerde invloed van de professional. Dit leidt tot het acteren van een select clubje dat elkaar de bal toespeelt en zich van een ondoorzichtige taalgebruik bedient dat buitenstaanders afschrikt of hen dwingt zich van het zelfde jargon te bedienen. Ook beroepsorganisaties raken hiermee besmet en vervreemden zich als zodanig van hun achterban. STAP wil de eigen beroepsorganisaties wakker schudden en houden. Zij dienen hun leden te vertegenwoordigen en ervoor te zorgen dat ze zich laten horen waar dat nodig is.
Die mogelijkheid is er namelijk
zeker in het internet tijdperk!
STAP kan zich dan ook helemaal
vinden in de oproep van Tjeenk Willink om de professional zelf aan het woord te
laten en niet zozeer de professionele bestuurders. Daarom
blijft STAP een beroep doen op de gezamenlijke beroepsorganisaties om hun leden
te raadplegen in belangrijke kwesties en verantwoording aan de
contributiebetalende leden af te leggen. Het zou toch mogelijk moeten zijn
om als Psychotherapie Platform te komen tot een geďntegreerde visie op het vak
psychotherapie? Ook hoopt STAP dat dit zelfde Platform kan komen tot een
denktank die niet adhoc maar permanent bezig is een kritische visie te
ontwikkelen op alles wat de zorg en de staats- en zorgverzekeraars-bemoeienis
aangaat.
Frans Wismans
Januari
2005