Auteur: Gaby Engstfeld

 

 

Het wordt druk in de goot…

 

De bezuinigingen op de psychotherapie hebben recentelijk in de media al het nodige stof doen opwaaien. Voorstanders (psychotherapeuten en andere betrokkenen) zijn van mening dat psychotherapie wel degelijk effect heeft en dat de door het kabinet uitgevoerde bezuinigingen op dit gebied uiteindelijk de maatschappij alleen maar meer ellende en hogere kosten zullen opleveren. Tegenstanders vinden psychotherapie een overbodige luxe. Grote afwezige partij in deze discussie: de psychiatrische patiënt en zijn/haar dierbaren, direct getroffen door voornoemde bezuinigingen, maar indirect ook door alle meningen die in het rond waren. Hoogste tijd dus, voor een reactie uit deze hoek.

 

Om de gevoelens van de vele duizenden die zich op dit moment in psychoanalyse of langdurige psychotherapie bevinden te verwoorden, kan ik het beste een vergelijking trekken met de reguliere gezondheidszorg. Wanneer je in de geestelijke gezondheidszorg met een blootgelegde ziel in de steek gelaten wordt, is dat eigenlijk hetzelfde als wanneer bij een openhartoperatie de chirurg halverwege zou weglopen omdat de patiënt zijn tijd om is. En de reden? Bezuinigingen van zo’n 75 miljoen euro. Ter informatie, op een rijksbegroting van zo’n slordige 50 miljard hebben we het in economische termen over een afrondingsverschil.

 

Het lijkt langzaamaan een hype te worden om psychotherapie af te schilderen als een bezigheid waarbij verwende yuppen door onbekwame charlatans tijdens het navelstaren van alles aangepraat krijgen op kosten van de gemeenschap. En om maar snel een einde aan al deze aanstellerij te maken, mogen mensen met psychische problemen na 25 (angst- en stemmingsstoornissen) respectievelijk 50 sessies (persoonlijkheidsstoornissen) zelf hun portemonnee te voorschijn halen. Met name door deze zelffinanciering krijgt een en ander een beetje hobbyachtig karakter.

 

Bij een hobby bepaal je zelf je keuzes. Maar voor mensen die lijden aan ernstige psychische aandoeningen valt er weinig te kiezen. Hun maatschappelijke positie is ondermijnd. Ze zijn vaak niet in staat om zich in een werksituatie of wat voor relatie dan ook te handhaven hetgeen de nodige ellende met zich meebrengt. Psychotherapie zou voor hen na verloop van tijd een verandering teweeg kunnen brengen met uiteindelijk een afname van hun psychisch lijden. Dit is wetenschappelijk aangetoond.

 

Om van deze groep mensen te verwachten, dat ze hun psychotherapie zelf gaan bekostigen, dat is ronduit een lachertje. Mensen met ernstige psychische problemen verkeren eerder in de bijstand dan in een riante financiële positie. De kosten van een psychotherapeutisch consult van 70 euro vallen buiten hun budget. Zo’n besteding is alleen weggelegd voor de beter gesitueerden, waarmee het er dus wrang genoeg op gaat lijken dat geluk wel degelijk te koop is.

 

Zo’n 15 procent van de bevolking wordt op een gegeven moment met een ernstige psychische aandoening als een persoonlijkheidsstoornis of een langdurige depressie geconfronteerd. Het deel van deze mensen dat met behulp van professionele psychotherapeutische hulp tracht het leven weer op de rails te krijgen, zal met een aantal facetten te maken krijgen. Het eerste aspect is professionaliteit. Geregistreerde psychotherapeuten hebben een verplicht traject van opleidingen en ervaringen achter de rug en dienen ook na registratie voldoende tijd te besteden aan permanente educatie.

En hoewel er altijd uitzonderingen zijn die de beroepseer aantasten past dit geheel niet in het plaatje van een charlatan.

 

Het volgende aspect is dat niemand door een psychotherapeut iets krijgt aangepraat.

Een goede therapeut zal geen oplossingen aandragen, alleen de juiste vragen stellen. Door middel van dit proces worden trauma’s, irrationele denkbeelden en ander psychisch leed losgeweekt. Met als uiteindelijk doel dat de patiënt meer grip krijgt op zijn bestaan. En dat is iets heel anders dan iemand iets aanpraten. Dergelijke veronderstellingen zijn mijns inziens typerend voor hen die nog nooit een isoleercel of een psychiatrische instelling van dichtbij hebben meegemaakt.

 

Voor de toekomst wens ik alle direct en indirect betrokkenen een constructieve oplossing van de problematiek van deze discussie toe. Bezuinigingen op het front van psychotherapie betekenen voor een zeer zwakke en kwetsbare groep in onze samenleving dat hen - vaak de enige -  kans op een ander, beter leven dan tot nu toe wordt ontnomen. Deze kans wordt dan omgezet in een enkeltje naar de goot en daar zou het, bij handhaving van dit beleid, wel eens heel erg druk kunnen worden.