Aan de besturen van

NVP,

NVVP

NVvP

NIP

 

GVM/2442066

Den Haag, 22 december 2003.

Onderwerp: psychotherapie

 

 

 

Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende.

Op Prinsjesdag 2003 maakte het kabinet een aantal voornemens bekend om het verzekerde pakket te beperken. Deze pakketbeperking werd noodzakelijk gevonden om het systeem van (wettelijke) ziektekostenverzekeringen op termijn betaalbaar te houden.

Eén van die voornemens betrof de vergoeding van ambulante psychotherapie uit de AWBZ:

met ingang van 1 januari 2004 zou het aantal te vergoeden zittingen teruggebracht worden tot rnaximaal 30 zittingen ongeacht de stoornis.

Door maatschappelijke organisaties, hulpverleners en cliënten is op dit voornemen gereageerd, waarbij in het bijzonder aandacht is gevraagd voor de gevolgen voor patiënten met persoonlijkheidsstoornissen, evenals voor de positie van psychoanalytische behandelingen.

Tijdens de behandeling van de VWS-begroting is dit onderwerp in de Kamer besproken. Vanuit de Kamer is aangedrongen op versoepeling van dit voornemen. In reactie daarop is door de minister in hoofdlijnen de volgende verandering toegezegd, welke de instemming van de Kamer heeft verkregen.

Er komt een differentiatie naar stoornis. Bij persoonlijkheidsstoornissen wordt het maximaal aantal uit de AWBZ te vergoeden zittingen bepaald op 50. Bij psychoanalytische behandelingen vervalt het maximum: het aantal te vergoeden zittingen wordt niet beperkt. Uitgangspunt voor deze versoepeling blijft echter budgettaire neutraliteit. Om deze versoepeling te kunnen financieren, wordt het aantal maximaal te vergoeden zittingen bij de overige stoornissen gesteld op 25. Daarnaast wordt de eigen bijdrage voor de patiënten verhoogd tot € 15,- per zitting (tot een maximum € 675,- per kalenderjaar).

In verband met de noodzakelijke aanpassing van de regelgeving en de daarvoor noodzakelijke tijd zal deze versoepeling op zijn vroegst 1 juli 2004 doorgevoerd kunnen worden. Alleen voor psychoanalytische behandelingen zal aan deze versoepeling terugwerkennde kracht worden verleend tot 1 januari 2004.

Het bovenstaande betekent dat de voorgenomen beperking per 1 januari 2004 voortgang vindt; voor lopende psychotherapieën is voorzien in een overgangsregeling, die de patiënt vanaf 1 januari 2004 aanspraak geeft op nog maximaal 30 zittingen (tenzij eerder het maximum van 90 zittingen is bereikt). Voor meer informatie over deze overgangsregeling verwijs ik u naar de desbetreffende Algemene Maatregel van Bestuur (Stb 2003, nr. 451). In de loop van 2004, maar op zijn vroegst 1 juli 2004, zal dan de versoepeling worden doorgevoerd, waarbij alleen voor de psychoanalytische behandelingen de versoepeling zal terugwerken tot 1 januari 2004.

In de bijlage bij deze brief is dit alles nog eens samengevat, waarbij een vergelijking is gemaakt met huidige situatie.

Het verlenen van terugwerkende kracht aan de versoepeling bij de psychoanalytische behandelingen houdt verband met de juist bij deze specifieke behandelvorm uit zorginhoudelijk oogpunt zo belangrijke continuiteit.

In de huidige situatie zijn psychoanalytische behandelingen feitelijk alleen voor rekening van de AWBZ mogelijk indien zij worden verstrekt door toegelaten instellingen. Het ligt in de bedoeling dat ook voor komende periode te handhaven.

Met beroepsgroepen, ZN, GGZN en het College voor Zorgverzekeringen is in afgelopen week overlegd over de randvoorwaarden van de versoepeling. Daarbij is gekeken worden naar punten als indicatiestelling, -toetsing, toestemmingsvereisten, registratie en de aanlevering van noodzakelijke beleidsinformatie. Punten die belangrijk zijn voor een correcte uitvoering van de regeling.

Uitgangspunt is dat er in de tijd geen verschuiving van indicaties gaat optreden; mocht dat het geval zijn, dan zal, zoals helder tijdens de begrotingsbehandeling is aangegeven, alsnog een verscherping van de maatregel plaatsvinden.

Wat de randvoorwaarden betreft gaan de gedachten in hoofdlijnen uit naar een eenvoudig

systeem:

Deze randvoorwaarden zullen in de komende weken waar nodig uitgewerkt worden. Voor psychoanalytische behandelingen zullen afwijkende en striktere randvoorwaarden gelden. In het kader van deze brief ga ik daar niet verder op in.

 

Voor u, als beroepsorganisaties zijn er twee vragen uit dit overleg die op korte termijn om beantwoording vragen:

In de eerste plaats is dat de vraag naar de indicatiestelling en -toetsing. Bij de hiervoor beschreven versoepeling wordt gedifferentieerd naar ziektebeeld; er wordt onderscheid gemaakt tussen persoonlijkheidsstoornissen en andere stoornissen. Basis daarvoor is de DSM IV. In de voorziene opzet ligt - evenals nu- de verantwoordelijkheid voor de indicatiestelling bij de aanbieder (vrijgevestigde hulpverlener of instelling). De kwaliteit van die indicatiestelling wordt voor de aanbieders - evenals nu - op diverse wijze geborgd. Binnen de instellingen bestaan daarvoor procesafspraken. Bij de vrijgevestigde psychotherapeuten loopt dit via de regionale toetsingscommissie, terwijl bij de vrijgevestigde psychiaters overeenkomstige procedures worden ontwikkeld in het kader van het kwaliteitsproject P & K II.

Ten behoeve van de indicatiestelling in de GGZ zijn eerder algemene indicatieprotocollen ontwikkeld en door u geaccordeerd. Ik verzoek u aan te geven of en zo ja op welke wijze deze protocollen nog verder aangescherpt zouden moeten worden.

In de tweede plaats is dat de vraag of de huidige registratie- en informatiesystemen aanpassing behoeven.

Ik verzoek u mij voor 15 januari 2004 over bovenstaande vragen te willen informeren.

De uitwerking van een aantal randvoorwaarden ligt op het terrein van partijen. De vastlegging daarvan kan in UVO of modelovereenkomst. Ik verzoek u daarover alvast het overleg te openen met Zorgverzekeraars Nederland. Eenzelfde verzoek heb ik gedaan aan ZN.

 

Ik vertrouw er op u voor dit moment voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet,

 

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

namens deze,

de Directeur Maatschappelijke Zorg,

 

drs. M.P. Gastel


 

 

Maximaal aantal te vergoeden zittingen ambulante psychotherapie

 

Eigen bijdrage patiënt per zitting

Huidige situatie

(tot 1 januari 2004)

·        90 bij vrijgevestigde psychiaters en vrijgevestigde psychotherapeuten

·        onbeperkt bij toegelaten instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (bv RIAGG)

€ 10,40 [1]

(tot een maximum van € 468 per kalenderjaar)

Situatie vanaf 1 januari 2004 tot aan invoering versoepeling (niet eerder dan 1 juli 2004)

·        30 zittingen

       (voor lopende therapieën eveneens 30, tenzij eerder het maximum van 90 zittingen is bereikt)

€ 10,40

(tot een maximum van € 468 per kalenderjaar)

Situatie na invoering versoepeling (niet eerder dan 1 juli 2004)

·        50 zittingen bij persoonlijkheidsstoornissen; 25 bij de overige stoornissen

·        onbeperkt bij psychoanalytische behandelingen (psychoanalysen en psychoanalytische psychotherapie) met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004 (?)

€ 15

(tot een maximum van € 675 per kalenderjaar)

 

 



[1] het genoemde bedrag betreft de eigen bijdrage bij individuele psychotherapie; niet genoemd zijn de daarvan afgeleide bedragen voor partnerrelatie-, systeem- en groepspsychotherapie.