Het is 11 maart 2004. Trouw wijdt
bijna een hele pagina aan de bezuinigingen op de psychotherapie. Dat is mooi.
De leden van de vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben de
krant vast al onder ogen gehad. De publieke tribune in de Troelstrazaal zit
vol met medewerkers en patiënten van
het Centrum voor Psychotherapie (Lunteren). De psychotherapiebezuinigingen
staan op de agenda. De voorzitter is zo vriendelijk het STAP-persbericht te
verspreiden onder de aanwezige politici. Hoogervorst kan niet meer zeggen dat
hij het niet geweten heeft. Daar zit hij dan, de man die per 1 januari 2007 het
register van Psychotherapeuten wil sluiten. Ik geef u eerst een wat droge
samenvatting van de belangrijkste standpunten met betrekking tot de kwestie van
de beperking van het aantal sessies en eindig met enkele impressies en
commentaar.
Ursi Lambrechts (D66) opent. Ze
spreekt haar verbazing uit over de recente ophef in het veld. De beroepsgroep
was het toch eind vorig jaar grotendeels eens met de beperking van het aantal
sessies? De versoepeling zoals de minister nu voorstelt is conform de wensen
van de kamer. D66 steunt dan ook zijn beleid. Alleen zou zij wensen dat de
verruiming voor langerdurende psychotherapie, die nu aan de psychoanalyse is
toebedeeld, ook mogelijk wordt voor andere methoden. Hierbij verwart zij de
uitzondering voor (een beperkt deel van de) psychoanalytische behandelingen met
de noodzaak van langerdurende psychotherapie voor ernstige persoonlijkheidsstoornissen.
De minister maakt een uitzondering voor 600 behandeling, bij de (ernstige)
persoonlijkheidsstoornissen gaat het om een getal tussen de 10.000 en 30.000
patiënten per jaar. Begrijpelijkerwijs vragen haar collega’s meteen: kom je dan
terug op een eerder ingenomen standpunt.
Nee, nee, dat niet. Verwarring compleet. Om mogelijke critici mild te
stemmen, zegt ze: Ik ben geen medicus, dus ik kan onvoldoende inschatten wat
patiënten aan behandeling nodig hebben.
Dan volgt Joldersma (CDA): Het gaat
hier altijd over financiën en niet over de inhoud van de zorg. Ze stelt voor om
de eerste lijn te versterken. Het CDA wil dat de eerstelijns GGZ-zorg ook in
het verzekeringspakket wordt opgenomen. Het CDA stemt in met het
maatregelenpakket voor de psychotherapie, inclusief de versoepeling, op basis
van eerder gevoerde discussies. Maar hoe lang moet deze maatregel duren? Zij
pleit voor het snel overhevelen van de psychotherapie naar de curatieve zorg.
Dan kan ook de eigen bijdrage verdwijnen.
Van Dijken (PVDA) stelt dat het
specialime psychotherapie behouden dient te blijven en dat de minister de eigen
bijdrage juist moet afschaffen in plaats van verhogen. Over de beperking van
het aantal sessies zegt zij: De medicus stelt de diagnose, ook bij psychotherapie.
En net zoals we een chemotherapie niet halverwege afbreken, doen we dat ook
niet bij psychotherapie. Als wij op de publieke tribune dan reageren met
enthousiast applaus, krijgen we onmiddellijk een dreigende voorzitter op ons
dak: Als u nog één keer interrumpeert dan laat ik u uit de zaal verwijderen.
Verder wijst van Dijken op e-mailverkeer dat vastloopt en zegt daarbij: en dat
is toch ook niet wat u wilt, minister. Op de vraag hoe zij een en ander wil
bekostigen zegt ze: dat is een principiële zaak. Wij verhogen liever de
belasting iets, dan dat we goede zorg gaan afbreken.
Tonkens (Groen Links) maakt
duidelijk hoe slecht de maatregel uitpakt voor de psychotherapeutische
behandeling van kinderen. Deze kunnen geen persoonlijkheidsstoornis hebben en
een maximum van 25 sessies maakt goede behandeling voor deze groep onmogelijk.
Ook stelt zij dat voortijdig afbreken van curatieve zorg niet kan en dat
bijvoorbeeld de behandeling van chronische depressies en trauma’s ernstig
geschaad wordt.
Kant (SP) stelt zich achter de
beroepsgroep die aangeeft dat de maatregel onacceptabel en onuitvoerbaar is.
Wanneer de professionals voor langerdurende behandeling ingewikkelde aanvragen
moeten doen, verwacht zij vooral een toename van bureaucratie, terwijl de Kamer
daar juist van af wil. ‘Niet alles is in protocollen en regeltjes vast te
leggen’. Ook zij pleit voor afschaffing van de eigen bijdrage.
Hoogervorst vindt de GGZ maar een moeilijk te doorgronden
werkveld. Hij streeft naar meer transparantie en doelmatigheid. De zorgverzekeraar moet de GGZ beter leren
kennen. Hij onderstreept dat de beroepsgroepen wisselend tegen de maatregel
aankijken. Hij krijgt nu ook reacties van mensen die kritiek hebben op (de
ruimte voor) langerdurende psychoanalytische behandelingen. Hij doet wat
ontstemd over de behandeling van kinderen en jeugdigen: de maatregel is al
sinds september 2003 bekend, en nu komt dit twee weken geleden boven drijven.
Verder keren in zijn argumentatie opmerkingen terug als: ‘de dichtheid van
psychiaters en psychotherapeuten ligt in Nederland hoger dan in andere europese
landen’ en ‘voor wat betreft de GGZ-zorg lopen we zeker niet uit de pas in
Europa.’
Na het betoog van de minister komen
nog enkele korte reacties van de aanwezige kamerleden. Deze bevatten weinig
nieuwe informatie. Van Dijken benadrukt nog eens dat verloren dreigt te gaan
dat niemand voor zijn lol naar een psychiater of psychotherapeut gaat.
Het verloop van deze vaste commissie
doet sterk vermoeden dat de maatregel, en de door Hoogervorst voorgestelde
versoepeling door de Kamer geaccepteerd zullen worden, ondanks de kritiek van
de linkse partijen.
Daar zitten we dan, op de tribune,
als makke schapen te kijken naar de mensen die besluiten nemen over ons vak of onze
psychotherapie. Ik denk soms: wat een flauw spelletje is het toch, alles is
ligt al vast, inhoudelijke discussie is hier taboe. Op een ander moment heb ik
het gevoel dat een volksvertegenwoordiger haar best doet om de minister voor te
grote domheden te behoeden. Hoogervorst valt niet op door inhoudelijke
deskundigheid. Zo heeft hij besloten om ook aan de zorgwekkende zorgmijders een
eigen bijdrage te vragen. Niemand uit de praktijk zou zoiets onzinnigs
bedenken. Hij wel en hij laat zich maar moeilijk terugfluiten, zelfs door de
coalitiepartijen. Hij laat zich eenzijdig informeren (Hoogduin c.s.) en beweert
dan goed overlegd te hebben met het veld. Hij hanteert een heel eenvoudige
strategie: met een forse maatregel komen, kijken hoe het veld reageert, eventjes
serieus en mild reageren op de kritiek, komen met een kleine aanpassing, en
verder alle inhoudelijke kritiek pareren met een meewarig: natuurlijk verzetten
beroepsgroepen zich tegen bezuinigingen, zou toch raar zijn als ze dat niet
doen ….. Het is een strategie waarvoor
je weinig inhoudelijke kennis nodig hebt. Als er dan ook nog verdeeldheid is in
het veld, wordt het helemaal een eenvoudige klus. We zijn vooralsnog een makkie
voor hem.
Ik raak er steeds meer van overtuigd
dat zowel bij het ministerie, als bij verschillende politieke partijen weinig
actuele kennis aanwezig is over psychotherapie en over de behandeling van
ernstige psychische stoornissen. En met dit gebrek aan kennis voert Hoogervorst
een sloopbeleid, dat werkelijk een gevaar voor de (geestelijke) gezondheid
vormt. Van CDA en D66 krijgt hij hiervoor veel ruimte.
En wat betekent dit voor de actie?
Dat we de actie veelzijdig, creatief en standvastig moeten voortzetten, en de
rijen goed gesloten moeten houden. En wat gaan we doen dan? Wat mij betreft
enerzijds onrust stoken en herrie maken (landelijke actiedag, patiënten
mobiliseren, stakingen), en anderzijds snel de contacten met politieke partijen
uitbreiden en intensiveren.
Frank Kraaijeveld,
Actiecomité STAP