Comité STop de Afbraak van de
Psychotherapie (STAP):
10.000 tot 30.000 patiënten dreigen ernstig in de
knel te komen

STAP is het Comité STop de Afbraak
van de Psychotherapie met een sterk groeiend aantal adhesiebetuigingen
van patiënten, psychiaters en psychotherapeuten. Zij verzetten zich tegen de
bezuinigingsmaatregel omdat zij van mening zijn dat de maatregel zeer onverstandig is vanuit een
maatschappelijk/economisch, zorginhoudelijk/wetenschappelijk, en
patientenperspectief. Inmiddels is duidelijk dat alle relevante partijen zich
tegen de maatregel hebben gekeerd. Totnogtoe lijkt men in regeringskringen
echter geen gehoor te geven aan de noodkreten vanuit het veld. Er dreigt zich
aldus een
kleine ramp in de GGZ te voltrekken. In dit persbericht vindt u
achtereenvolgens enige achtergrondinformatie over de bezuinigingsmaatregel, en
onze visie vanuit
maatschappelijk/economisch, zorginhoudelijk/wetenschappelijk, en
patientenperspectief.
De maatregel
Van 90 naar 30 zittingen - Oorspronkelijk voorstel
is om alle ambulant psychotherapeutische behandelingen, ongeacht type stoornis
en type psychotherapie, te beperken tot 30 zittingen. Voorheen was dit 90.
Onder druk van de Tweede Kamer is er een alternatief voorstel gekomen waarover
binnenkort nader overleg is met de kamer (Algemeen Overleg 11/3/2004). In dit
alternatieve voorstel, dat ten onrechte doorgaat als een versoepeling, wordt
onderscheid gemaakt naar type stoornis en type psychotherapie, en wel als
volgt: max. 50 zittingen voor persoonlijkheidsstoornissen, max. 25 zittingen
voor alle overige psychische stoornissen, en een onbeperkt aantal zittingen
voor een selecte groep van 600 patiënten die geïndiceerd worden door het
Nederlands Psychoanalytisch Instituut. Om de zogenaamde ‘versoepeling’
budgetneutraal te houden is een verhoging van de eigen bijdrage van 10,40 tot
15 euro noodzakelijk.
Ordinaire bezuiniging – Deze maatregel laat zich kennen als een ordinaire bezuinigingsmaatregel, ingegeven door financiële en door niets anders dan financiële motieven. In de onderbouwing van de maatregel vanuit het ministerie wordt gerefereerd aan een enkele studie, namelijk die van Howard et al. uit 1986 (zie ook rapport Gezondheidsraad). Dit onderzoek wordt in dit kader volledig uit zijn verband getrokken en op die wijze misbruikt om de maatregel te rechtvaardigen. In elk geval breekt Hoogervorst in dit opzicht voor 100% met het door Borst ingezette beleid. In 2001 is er door de Gezondheidsraad een rapport verschenen inzake de doelmatigheid van langdurige psychotherapie. De bezuinigingsmaatregel valt op geen enkele wijze te rijmen met de aanbevelingen in dit rapport. In het rapport werd geconstateerd dat er weliswaar evidentie is voor de werkzaamheid en effectiviteit van langdurige psychotherapie bij persoonlijkheidsstoornissen en chronische depressie, maar dat er nader onderzoek gewenst was omtrent de kosteneffectiviteit. Verder werd aanbevolen een monitoringsysteem te implementeren en richtlijnen voor indicatiestelling en behandeling te ontwikkelen. Borst heeft destijds schriftelijk verklaard dat zij in het rapport geen aanleiding zag om te snoeien in het aantal zittingen.
Geen enkel overleg met veld – In de tweede plaats is
het goed om vast te stellen dat er bij de totstandkoming van het regeerakkoord
van Balkenende II, noch door Hoogervorst bij de initiële lancering van de
bezuinigingsmaatregel, overleg is geweest met de betrokken beroepsgroepen,
patientenorganisaties of de koepelorganisatie GGZ Nederland. Ten slotte is het
belangrijk te noemen dat door GGZ Nederland is becijferd dat de maatregel in de
huidige vorm een veel groter bedrag bespaard wordt dan oorspronkelijk bedoeld.
Dit is het gevolg van een ernstige rekenfout van de kant van het ministerie.
Aantallen patiënten – Jaarlijks gaan ongeveer
100.000 nieuwe patiënten in psychotherapie. Voor 75% gaat het om angst- en
stemmingsstoornissen (dus 75.000 mensen ) en voor 25% om
persoonlijkheidsstoornissen (dus 25.000 mensen). Het gaat hierbij om de reden
van aanmelding. Hierbij moeten we wel bedenken dat de eerste groep ook bestaat
uit patiënten die tegelijkertijd een angst- en/of stemmingsstoornis en een
persoonlijkheidsstoornis hebben. In de GGZ krijgen patiënten met angst- en
stemmingsstoornissen momenteel gemiddeld genomen 38 zittingen en patiënten met
persoonlijkheidsstoornissen gemiddeld genomen 60 zittingen. Deze aantallen zijn
consistent met de behandelingen die in de wetenschappelijke literatuur als effectief
naar voren komen. Het beeld dat psychiaters en psychotherapeuten
onverantwoordelijk met het voorschrijven van psychotherapeutische behandelingen
omgaan – zoals dit momenteel in Den Haag wordt geschapen – wordt dus niet
gestaafd aan de hand van de cijfers.
Meer instroom in de WAO – Het gevolg van de maatregel is meer ziekteverzuim en (op termijn) meer instroom in de WAO. Het is niet onwaarschijnlijk dat de inmiddels merkbare vermindering van de instroom – tot 20%) met deze bezuinigingsmaatregel weer ongedaan wordt gemaakt. De Stichting Toekomstscenario’s in de Gezondheidszorg (STG) heeft destijds berekend dat met een adequate aanpak, ook via psychiatrische zorg, de WAO instroom om psychische redenen met meer dan 60% zou kunnen dalen tot ongeveer 12.650; hetgeen een besparing per jaar van 3,6 miljard Euro zou betekenen, (bij een gemiddelde WAO duur om psychische redenen van 20 jaar; 550 miljoen uit gespaarde ziektekosten over het eerste ziektejaar en 3,1 miljard door besparing op WAO kosten in de daaropvolgende jaren). Het gaat hier kortom om heel andere bedragen dan de 79 miljoen die de minister met deze bezuinigingsmaatregel wil binnenhalen.
Andere onwenselijke
maatschappelijk/economische gevolgen zijn:
-
meer
beroep op de eerstelijnsgezondheidszorg, met name de huisarts die al overbelast
is. Professionals in de eerste lijn zijn niet geëquipeerd voor deze taak. Noch
de huisarts noch de eerstelijnspsycholoog kan persoonlijkheidsproblematiek
behandelen;
-
meer
gebruik van dure vormen van geestelijke gezondheidszorg, zoals opnames in een
psychiatrisch ziekenhuis;
-
meer
overlast als gevolg van voortdurende psychische problematiek zoals
verslavingsproblemen, dakloosheid, werkloosheid, psychosen,
agressieproblematiek, etc.
Psychotherapie noodzakelijk – In het werkveld van de
GGZ is psychotherapie een noodzakelijke behandelvorm en als methode een
onontbeerlijk en integraal onderdeel van de behandeling van de meeste
psychiatrische stoornissen, naast andere behandelvormen die hiermee samengaan
zoals farmacotherapie. Voor bepaalde groepen patiënten is een langerdurende
psychotherapeutische behandeling nodig. Dit geldt in het bijzonder voor
patiënten die lijden aan persoonlijkheidsstoornissen, en andere complexe en/of
chronische psychische stoornissen. Bij deze laatste groep gaat het ernstige en
levensontwrichtende psychische stoornissen die vaak al zijn begonnen tijdens de
jeugd van patiënten en die interfereren met het sociale en beroepsmatige
functioneren. De optimale duur van de behandeling hangt niet alleen van de
diagnose af maar ook van andere persoonskenmerken zoals zwaarte van de
stoornis, complexiteit, co-morbiditeit, bijkomende persoonlijkheidsstoornis,
belastende psychosociale omstandigheden en/of voorgeschiedenis, etc.
Beroepsuitoefening ernstig
gehinderd –
Met zijn maatregel gaat de minister op de stoel van de medicus zitten. Met deze
maatregel wordt de psychiater en psychotherapeut ernstig gehinderd in zijn
beroepsuitoefening en zal hij een grote groep patiënten niet afdoende, volgens
state-of-the-art wetenschappelijke inzichten, kunnen behandelen. De
vergelijking met het halverwege afkappen van andere medische behandeling is
hier van toepassing, zoals het na twee jaar stoppen met insuline bij
suikerziekte, die met het aantal behandelingen chemotherapie bij kanker of de
duur van een behandeling met aids-remmers bij HIV-patienten. Welke behandeling
nodig is bij een individuele patiënt dient door de individuele behandelaar te
worden bepaald en getoetst aan richtlijnen van de eigen beroepsgroep en is van
meer factoren afhankelijk dan van het onderscheid tussen wel of geen
persoonlijkheidsstoornis.
Psychotherapie effectief en
doelmatig –
Langdurige psychotherapie kan op basis van wetenschappelijk onderzoek worden
aangemerkt als een noodzakelijke, werkzame, en doelmatige behandeling.
Langdurige psychotherapie is noodzakelijkheid voor mensen met
persoonlijkheidsstoornissen en andere chronische en complexe psychische
stoornissen (zoals chronische depressie) omdat er sprake is van een hoge
ziektelast, vergelijkbaar met de ziekte van Parkinson of diabetes met
complicaties. De werkzaamheid en effectiviteit blijken inmiddels uit 10 tot 20
wetenschappelijke studies van een hoge kwaliteit. Er zijn meta-analyses van
deze studies beschikbaar die wijzen op een zeer grote mate van effectiviteit.
De doelmatigheid blijkt uit studies die laten zien dat de psychotherapeutische
behandeling van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis zich in
enkele jaren terugverdient omdat het aantal en de lengte van psychiatrische
opnames drastisch en duurzaam afneemt wanneer deze patiënten ambulante
psychotherapie ontvangen. Verder zijn belangrijke positieve effecten aangetoond
voor wat betreft de reductie van ziekteverzuim. Al met al wijzen deze studies
in de richting van een grote mate van doelmatigheid, die gunstig afsteekt bij
de meeste andere interventies in de gezondheidszorg. Met andere woorden:
psychotherapie is geen kostenpost, maar eerder een inkomstenbron!
Adhesiebetuiging door 40 hoogleraren – Inmiddels weten de
beroepsverenigingen zich in hun verzet gesteund door 40 van de 46 Nederlandse
hoogleraren psychiatrie en klinische psychologie, die onlangs een
adhesiebetuiging hebben gestuurd aan de minister.
Zorg ontoegankelijker – Psychotherapie is weliswaar een relatief goedkope behandeling (t.o.v. van veel interventies in de somatische zorg), het is te duur voor veel patiënten die psychotherapie nodig hebben. Veel mensen met persoonlijkheidsstoornissen lopen bij de schuldsanering of hebben anderszins financiële problemen. De toegang tot de zorg wordt hen ontzegd wanneer de zittingen niet langer worden vergoed. Overigens wordt de zorg ook ontoegankelijker als de eigen bijdrage wordt verhoogd, zoals nu wordt voorgesteld. De gevolgen van de maatregel voor de patiënt kunnen als desastreus worden gekenschetst:
-
minder
afdoende geholpen patiënten (naar schatting 20-30.000 bij een limiet van 30;
10-15.000 bij een limiet van 50);
-
meer
suïcidepogingen en daardoor meer geslaagde suïcides (nu al 1500 per jaar, meer
dan door verkeersdoden);
-
meer
gedrags- en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen van ouders met
persoonlijkheidsstoornissen en chronische depressies die niet langer afdoende
geholpen kunnen worden.