Betreft: De waarheid over het project “Psychiater en Kwaliteit” en “Parts”

 

Geachte collegae,

                                          

 

Hiermee zou ik graag uw dringende aandacht willen vragen voor de mijns inziens grote gevaren verbonden aan het Psychiater en Kwaliteit  (P&K) -project gekoppeld aan het PARTS-project (literatuulijst: 1.+2.).

 

Het is een lange brief.  Ik heb in 28 pagina’s de 170 pagina’s van P&K en Parts samengevat, op een hopelijk begrijpelijke manier. Het belang van het onderwerp is groot. Onze professionele identiteit en integriteit staan op het spel.

 

Alles in “Red italic” zijn citaten uit P&K en Parts; in “Blue regular” is mijn tekst en andere citaten.

 

Inleiding 

In het kader van de Meerjarenafspraken (MJA) tussen het Ministerie van VWS, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Orde van Medische Specialisten (OMS) namens de psychiaters, werd eind 2000 overeengekomen dat, landelijk, een vijftal projecten in de steigers zou worden gezet met als gemeenschappelijk doel: verbetering van kwaliteit van (be-)handelen.

Dit vijftal projecten behelst: Intercollegiale toetsing, Indicatie, Consultatie 1-ste lijn, FT(T)O (Farmacotherapeutisch (Transmural) Overleg), Automatisering (die de naam “Parts” heeft gekregen).

De NVvP naam de taak op zich het project te verwezenlijken. Eindverantwoordelijke: de Orde van Medisch Specialisten.

De naam van het initiatief: “Psychiater en Kwaliteit” (P & K).

 

Historische context

De Meerjarenafspraken zijn te plaatsten in de strijd die de medische specialisten sinds 1986 voeren met de overheid en de verzekeraars om geld en macht.

1986 kwamen de verzekeraars voor het eerst met een beleidsplan dat de medische specialisten ondergeschikt maakte aan het ziekenhuismanagement en de economen.

1988 verloren de medische specialisten de oorlog, tot op enkele vestingen toe.

Zoals de ledenvergadering op 19 december 2003 in het Jaarbeurs Congrescentrum te Utrecht, vonden er 1988 op dezelfde locatie twee heftige ledenvergaderingen plaats, op 9 mei en op 13 october.

De ledenvergadering op 13 october leidde toen tot een verbod voor medische specialisten, als enige beroepsgroep in Nederland, om acties te voeren die op een staking wijzen (zondagdiensten).

Het verbod werd opgelegd door de Utrechtse rechtbank, op verzoek van de patientenbelangenvereniging en de Nationale Ziekenhuisraad. 

Medische specialisten zouden van de rechter moeten aanvaarden dat hun beroep een bijzondere verantwoordelijkheid met zich meebrengt en dat ze daarom over aanzienlijk minder vrijheid beschikken om acties te voeren dan burgers die een ander beroep uitoefenen. 

Met deze rechterlijke uitspraak is de macht van de medische specialisten gebroken. Hun gegrom maakt geen indruk meer, want bijten kunnen zij niet.

 

1988 was ook het jaar van de speech van Mr. Willets, de adviseur van Ms. Thatcher, het masterbrain van het Britse National Health System (zie Literatuur: 3). “De beste patient”, legde Willets in bedekte termen uit, “is een dode patient”.  Mr. Willets is het rolmodel van de Nederlandse managers en economen die de wachtlijsten ge-engeneerd hebben. De wachtlijsten, die o.a. als gevolg hadden het creeeren van meer werkplaatsen voor managers, door het instellen van de Wachtlijstenregistratiecommissie (WLR). Hopla!

 

1988 –tot op heden: schermutselingen, dikwijls met commissie - en akkoordnamen.

 

Zo ook in 2000 de Meerjarenafspraken; deze  leidden in  2001 tot het project “Psychiater en Kwaliteit” (P&K).

 

Parallel met deze strijd tussen professionals en de coalitie van ambtenaren/managers en economen, is de laatste 10 jaren een andere strijd opgelaaid. Deze strijd is minder open. Het vloeit voort uit een polarisatie binnen de beroepsgroep zelf.

Het betreft de ideologische strijd tussen de reductionistische biologische visie van de mens en de meer holistische psychologische visie van de mens.

Deze strijd is zo oud als de moderne psychiatrie-psychotherapie, d.w.z. minstens een eeuw. Zelfs binnen Freud heeft deze strijd zich afgespeeld. Freud begon als neuroloog en neurowetenschapper. Nieuw is dat de organici de psychodynamici het werken met succes onmogelijk dreigen te maken.

 

Psychotherapie heeft zich de laatste decennia tot een interdisciplinaire wetenschap ontwikkeld, waarbij naast psychologische kennis, ook kennis over culturele aspecten (zie Sectie Transculturele Psychiatrie van NVvP), gender aspecten (zie Sectie Vrouwen en Psychiatrie van NVvP), filosofie (zie sectie Psychiatrie en Filosofie van NVvP) en religie (zie Stichting Psychiatrie en Religie) een belangrijke rol spelen.

De spectaculaire ontwikkeling van de moleculaire biologie en genetica van de laatste jaren heeft ook tot een vooruitgang geleid van de biologische psychiatrie.

Deze vooruitgang van de biologische psychiatrie is op zich zeer positief: de psychofarmaca waarover wij beschikken hebben zijn toenemend effectief. Bovendien weten wij beter hoe en waarom ze werken.

De keerzijde is dat de biologische psychiatrie de sociale en psychologisch georienteerde psychiatrie gemarginaliseerd heeft. 

Mischien met een uitzondering: de Cognitieve Gedragstherapie, die als enige vorm van therapie door de biologische psychiatrie getolereerd wordt.

De parafernalia van de biologische psychiatrie zijn parameters, metingen, checklists en andere lijsten, toetsen, standaardiseringsprocessen, indicatoren, richtlijnen, etc.  De patient is per definitie een “onderwerp van studie” (Parts 6.2.), en niet, zoals in de psychotherapeutische behandelingen, iemand met wie de therapeut een relatie aangaat die voor de therapie een beslissende rol speelt, voor wie dit vaak zelfs de enige behandelmethode is.

Let wel, patienten worden wel gevraagd, maar dan met name om vragenlijsten en tevredenheidsmetingen in te vullen. De patient is een studieobject, een bron van data, en niet een persoon met wie de beoordelaar van de data een relatie aangaat.

 

Het cruciale punt in deze ideologische strijd is dat tot dusver een "unified theory" van lichaam en geest ontbreekt.

Het is te vergelijken met de crisis van de moderne natuurkunde, waar twee grootse en equally valid theorieen onverenigbaar  waren (de relativitetstheorie over het universum en de quantum theorie over de mikrowereld).  Pas de laatste 15 jaar lijkt het erop  dat ze verzoend kunnen worden in een nog grotere overkoepelende theorie: de super string theorie. Deze verzoenende theorie postuleert het bestaan van 11 dimensies! Het hele Universum is ontstaan door de trillingen die onbevattelijk minuscule snaren produceren (de klank van het scheppingsproces wordt in de Veda’s en de Upanishad’s, de duizenden oude Indiaase geschriften, aangeduid als Anahatha)

Het mysterie wordt groter, niet kleiner.

 

Zolang wij geen vergelijkbare "unifying theory" hebben, zal, vrees ik, deze interne ideologische strijd doorgaan.

 

Zoals uit de verdere inhoud van deze brief zal blijken, is P&K de ultieme machtsgreep van de biologische psychiatrie. Tegelijkertijd is het ook de ultieme overwinning van de coalitie van ambtenaren/managers en verzekeraars.

Het is in wezen een misbruik van psychiatrie: “Coupled with misinterpretations of advances in biology and genetics in the form of simplistic determinism, this lack of internal conceptual coherence (between the biologically oriented and psychologically oriented psychiatry) may again make psychiatry vulnerable to political ideologies, market forces and various forms of abuse. The risk of misuse of diagnostic categories and classifications for political or economic purposes is not buried with the past. Concepts concerning the nature and classification of psychiatric illness will always attract ideological and political attention that can translate into laws or policies that may have unforseen consequences. For example, calls for a rationing of psychiatric care will also seek “evidenced-based” imprimatur in psychiatric classification. The theory and practice of psychiatric diagnosis and classification cannot be divorced from their social context” (Jablensky, Lit.4, geciteerd door May&co, Lit 5). Over evidenced-based medicine: zie Lit: 10.

 

Het is de genadeslag voor de professionele identiteit en integriteit  van de zelfstandig gevestigde psychiaters-psychotherapeuten. Omdat het software gedeelte van P&K een generiek systeem is (Parts: 10), zal het ook de genadeslag zijn voor de professionele identiteit en integriteit van de zelfstandig gevestigde psychologen-psychotherapeuten.

 

Voorts behelst P&K nog een element, dat zowel de behandelaars en de patienten als ook de hele Nederlandse samenleving aan ernstige risico’s blootstelt, gerelateerd aan de gevaren in cyberspace.  Deze risico’s vloeien voort uit het automatiseringssysteem van P&K, met name het opslaan van de patienten dossiers niet meer in de werkkamer van de behandelaar maar in een centrale data base.

De naam van het automatiseringssysteem luidt: 'Psychiatry ASP Registration and Therapy-supporting System', kortweg PARTS. Het is de ruggegraat van de vier andere P&K projecten.

Ik kom op drie van de vijf projecten nog uitgebreid terug.

 

 

 

De auteurs en supporters van “P&K” en “PARTS”

Parts is een coproductie van het Ministerie voor VWS, Orde van Medische Specialisten, NVvP, de firma Prismant (het ICT bedrijf). Het Trimbosinstituut (H. Verburg, stafmedewerker) en nog een aantal andere instellingen, firma’s (b.v. Medecs, in de persoon van Paul de Clerq) en personen zijn erbij betrokken (Prof. Drs. van Londen: “Ik ben trots op P&K”, CBO directeur Wim Schellekens: “Opzet project is uniek”, Nieuwsbrief P&K 7 juni 2002).

De grote entamator van P&K ofwel Parts is Prof. Jan Swinkels: hij is de voortrekker van de “evidenced-based” psychiatrie, lid van het Bestuur van de NVvP, de voorzitter van de Richtlijncommissie van de NVvP; de voorzitter van de Commissie Kwaliteitszorg (CKZ) van NVvP; de adviseur van het Bestuur van de Sectie Psychiatrie door Zelfstandig Gevestigde Psychiaters van de NVvP, voorzitter van de Werkgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling van Trimbos; voorzitter, namens de Orde van Medische Specialisten en van de NVvP, van de Landelijke Werkgroep DBC ontwikkeling (een gericht communicatienetwerk met het DBC/GGZ-project is in opbouw –P&K: Bijlagen 10: Bijdragen uit workshop regiovoorzitters op 20 mei 2003-10.6.); en “Ontwikkeling van de DBC’s heeft naast een economische component ook een inhoudelijke component. De DBC’s zullen aan dienen te sluiten op richtlijnen. Het is de vraag hoe de P&K instrumenten daarin een rol zullen gaan spelen. P&K zal hierbij als signalerende partij optreden” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 8.3.1.). (Over het laatste: P&K-Parts is bezig de DBC’s te kapen/infiltreren voor eigen doeleinden).

 

De kern van het project is gevormd door een werkgroep van 25 mensen, onder wie 12 psychiaters. De werkzaamheden van de werkgroep worden betaald met subsidies van het Ministerie van VWS. 

2002 werd het projectplan uitgewerkt. 2003 was de eerste aanzet tot implementatie: 20% -25% van ZGP’s nemen nu al deel aan het project, met name aan het toepassen van de eerste drie instrumenten ervan (zie Instrumentarium).

2004 moeten het 70% worden, wil het project nog gesubsidieerd worden. (Parts: “Notulen Werkgroep Automatisering 28 november 2002”).

 

Hoe denkt P&K-Parts binnen 1-2 jaar de implementatie te verhogen van 20% naar 70%? Daar kom ik nog op terug.

 

 

Wat is nou “P&K’ en “PARTS”?

 

P&K ziet zichzelf als een innovatief  kwaliteitsverbeterings-en bevorderingsproject – vandaar ook de naam: “Psychiater en Kwaliteit”.

Innovatie wordt in de vakliteratuur over creativiteit gedefinieerd door twee parameters (om in Parts taal te spreken): Het product moet nieuw zijn en het product moet constructief, nuttig zijn.

P&K-Parts is weliswaar nieuw, maar regressief en destructief. Het is dus geen innovatie. Ik kom hierop nog terug.

 

Kwaliteit betreft binnen P&K meer de “client = de belanghebbende” dan het “product”.

De client, aangeduid als de belanghebbende, is, naast de patient en de behandelaar, ook de verwijzer, de verzekeraar en de overheid (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 6.2.)

De patient en de behandelaar worden aangeduid als de interne belanghebbenden, de verzekeraar en de overheid als de externe belanghebbenden.

“Externe belanghebbenden hebben een andere invalshoek dan interne waar het het begrip kwaliteit betreft” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 6.2.)

(Bij de externe belanghebbenden hoort ook de familie van de patient, maar daar wordt niet verder op ingegaan, met externe belanghebben wordt altijd gerefereerd aan verzekeraar en overheid).

Externe belanghebbende is ook het universitaire biologisch-psychiatrisch wereldje, door de toekomstige bijdrage aan richtlijnontwikkeling van alle metingen, ingevulde vragenlijsten, etc die Parts zal genereren. (Parts: 5.2.5.).

 

Voor de invalshoek van de externe belanghebbende waar het het begrip kwaliteit betreft, “zal er een aantal extern deskundigen, met expertise op het betrokken terrein van “meten van kwaliteit in de gezondheidszorg” geconsulteerd worden, of aangezocht worden ter ondersteuning, zoals “CBO,  Prof. R. Grol van de WOK (Centrum Kwaliteit van Zorg UMC), Prof. N. Klazinga, voorzitter van de commissie indicatorontwikkeling (commissie van welke instantie? Het wordt niet vermeld). Dhr. K. v d Klundert, kwaliteitscoördinator bij de Orde zal nauw betrokken worden. Ook de verschillende gremia van de NVvP zullen nauw betrokken worden: CKZ, Sectie, CBU en Platform”. (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 6.4.)

De effectmeting (kwaliteitsbevordering en kwaliteitsborging) van de instrumenten van P&K is een globale meting en kan voldoende informatie geven aan de externe belanghebbenden (verzekeraars en overheid).

 

Hoe zit het met de effectmeting (kwaliteitsbevordering en kwaliteitsborging) voor de interne belanghebbenden?

Het ziet er zo uit:

Als het gaat om de behandelaar dan bestaat de kwaliteitsbevordering en kwaliteitsborging uit het controleren van “het primaire proces” (aanmelding, wachttijd, diagnose, behandeling) of het overeenkomt met de richtlijnen omtrent indicatiestelling, evidenced based medicine, etc. die de Richtlijncommissie van de NVvP bepaald heeft.

Over de richtlijnen gesproken: “richtlijnen worden binnen ons vakgebied voornamelijk ontwikkeld onder toezicht van de vereniging (NVvP) of van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg. Merendeels hebben deze een academisch karakter en worden ze door de uitvoerend professional, in feite ten onrechte (OOOO?)  ervaren als ver verwijderd van de dagelijkse praktijk 

( Parts: 5.2.2.).

 

Met andere woorden: de Richtlijncommissie bepaalt volgens welke protocol de behandeling moet gebeuren en de kwaliteit van de behandeling wordt beoordeeld op het volgen van deze richtlijnen. Hetgeen betekent:

In het P&K programma is kwaliteit belichaamd enkel en alleen in de richtlijnen van de Commissie Richtlijnen (over self serving bias gesproken). 

 

Het opvolgen van de richtlijnen zal trouwens toenemend toetsende elementen bevatten” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 4.2.).

 

“In Parts is er nauwkeurig op toegezien kwaliteitsparameters, alerts en afhandelingsvoorstellen steeds duidelijker in beeld te brengen indien ongewenste situaties (b.v. afwijken van het protocol?) dreigen te ontstaan. Dat is eenmaal onmogelijk als niet hier en daar tamelijk dwingend gegevens worden ingevoerd (in het electronisch dossier, onderdeel van het automatiseringssysteem). Hoe dwingend dat moet, weet natuurlijk niemand” (Parts: 8.).

 

OOOO?

60 pagina’s verder lees ik dat het wel degelijk bekend is: het volgen van het P&K programma wordt gekoppeld aan accreditatiepunten en herregistratie (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 8.3.3.).

“Ter optimale afstemming van de validatie van de instrumenten op de accreditatiecriteria van de NVvP zullen ook de commissie ABNA (Accreditatie Bij-en Nascholing van de NVvP) en een vertegenwoordiging van een NVvP werkgroep “aanpassing accreditatiecriteria” zoveel mogelijk betrokken worden vanaf het begin van het traject” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 6.4.).

Want: “mogelijk in de loop van dit jaar de nieuwe voorstellen CCMC door de minister ingevoerd zullen worden, waardoor “kwalitatieve herregistratie eisen” van kracht worden. Deze behelzen 40 uur bij-en nascholing en praktijk voering in een gevisiteerde praktijk”   (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004:5.2.3.).

 

 

Als het gaat om de patiënt:

 

Patiëntgerichtheid: de mate waarin de geboden behandeling aansluit bij de situatie van de patient. Bij de verbetering van de patientgerichtheid, zal PARTS slechts een bescheiden bijdrage kunnen leveren. Te denken valt aan de ontwikkeling van een meer flexibele wachtlijst, aan het gemakkelijk verstrekken van informatiemateriaal en zelfs aan het gebruik van het internet bij tussentijdse communicatie van de patient met zijn dokter. Parts ondersteunt expliciet de verwoording van de klachten en verwachtingen van de patient, tijdens en na de intake” (Parts: 5.1.4.)

 

Want, als het gaat om de patient, dan bestaat de kwaliteitsbevordering en kwaliteitsborging uit de uitkomstindicatoren.

Maar helaas: “Valide en eenduidige maten voor de uitkomst van zorgprocessen zijn dan ook nauwelijks beschikbaar. Daarom wordt meestal volstaan met algemene maten: de doelmatigheid van de behandeling, het vermogen van de patiënt om goed te functioneren, en op de kwaliteit van leven van de patiënt. De manier waarop die informatie tot stand kan komen is nog niet gevalideerd. Daarom zullen uitkomstgegevens in principe nog altijd aan procesgegevens gekoppeld moeten worden.” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 6.2.)

 

Met andere woorden: de kwaliteitsbevordering en kwaliteitsborging voor de patient bestaat uit de oeroude criteria zoals zijn niveau van functioneren en de kwaliteit van zijn leven.

Maar ze bestaat ook uit het opvolgen door de behandelaar van de “hier en daar tamelijk dwingend ingevoerde richtlijnen”, “door de NVvP gedefinieerd en in Parts ingebouwd” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 7.2.3.).

 

Samenvattend over kwaliteit: deze is gericht vooral op de kwaliteitsbevordering en kwaliteitsborging van de externe belanghebbende, m.n. de overheid, verzekeraars en de biologisch georiënteerde universitaire wereld.

 

“Psychiater en Kwaliteit”, vertaald,  betekent:

“Psychiater en de Belangenbevordering en - borging van het Ministerie van VWS, verzekeraars (ZN), Orde van Medische Specialisten (OMS), Commissie Kwaliteitsbevordering van de NVvP (CWZ), Commissie Richtlijnen van de NVvP, Commissie Accreditatie Bij-en Nascholing van de NVvP (ABNA), en nog 29 andere gremia. Of de belangenbevordering en -borging van de poppetjes die de sleutelposities in deze gremia innemen.

 

Jullie zullen je nu afvragen hoe P&K dit programma, deze “paradigmaverschuiving” (P&K : Pim Agtereek, in “Autonomie en socialisatie” 14 mei 2003), deze “attitudeverandering en deze feitelijke gedragsverandering (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 4.3.3.) bij de ZGP’s bewerkstelligd zou moeten/kunnen worden?

(De term “Gedragsverandering” hoort trouwens in het vocabulaire van de Gedragstherapie en de Forensische Psychiatrie – wat heeft het te zoeken in een tekst over hoog opgeleide professionals?)

Hoe is P&K van plan de “performance gap tussen kennis over de richtlijnen en het daadwerkelijk gewenste handelen” te bereiken?

Wat is het instrumentarium (om nog eens in Parts taal te spreken), waarmee “een min of meer bewust proces in gang wordt gebracht waarbij naast kennis, ook attitude, vaardigheden, gedragsgewoonten en organisatorische factoren van professionals moeten veranderen” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 4.3.1.)?

 

In andere woorden, met welke methoden is P&K bezig de loyaliteit van de professionals jegens hun patiënten, tot en met hun beroepsgeheim toe, om te turnen in slaafs dienen van de bureaucratie van de overheid,  de economische belangen van de verzekeraars en de ambitie van de universitaire biologische psychiatrie?

 

 

Van de methoden die P&K gebruikt zijn sommige impliciet en andere expliciet.

Impliciete methoden zijn lege verkooppraatjes (b.v. het aanpraten van de noodzaak voor P&K) en propaganda (de vermeende voordelen van P&K).

De expliciete zijn:

 

Het instrumentarium van P&K

 

Dat valt deels samen met de projecten. Het bestaat uit vier instrumenten:

1. Intercollegiaal overleg: Intervisie, intercollegiale toetsing, visitatie,   kanteling van de visitatie, Nolan-methode

2. Indicatiestelling en indicatietoetsing

3. Sancties en beloningen

4. Automatisering - PARTS

 

Ik zal kort ingaan op de eerste drie instrumenten en uitgebreid op het vierde, met name de centrale data base.

 

 

 

 

 

 

 

1 Intercollegiaal overleg: “vormt de basis en hoeksteen om te komen tot een integraal intercollegiaal toetsingssysteem” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 2.2.)

 

 

 

 

1. a. Intervisie

De basis voor een integraal intercollegiaal toetsingssysteem  is de intervisiegroep, die volgens een inmiddels beproefde methode werkt en waaraan stapsgewijze toetsende elementen toegevoegd kunnen worden.

Bij intervisie staat een persoon centraal. De intervisie bevat twee onderdelen per sessie. In het eerste deel staat een casus of een persoon centraal, in het tweede deel een methode, onderdeel van de organisatie of communicatie (NRV).

Intervisie leidt tot het leren kennen van elkaars werkwijze. Dit resulteert in een gevoel van veiligheid in de groep (OOOO?), dat nodig is om zich kwetsbaar op te durven stellen, en dat aanspreekbaarheid op gemaakte afspraken bewerkstelligt. Dat laatste is weer nodig voor kwaliteitsmaatregelen met een meer toetsend karakter. De ontwikkelde intervisiemethode biedt daarbij  structuur, herkenbaarheid en uniformiteit binnen de eigen intervisiegroep en binnen de totale beroepsgroep” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 2.2.)

 

“De intervisiegroep zou als medium voor de visitatie ingezet kunnen worden” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 8.3.3.)

 

Het uitgebreide protocol geeft ook aan waanneer denkpauzes van 5 minuten ingelegd dienen te worden:

De intervisie bestaat uit de volgende stappen:

Stap 0: Hoe is de vorige’ inbrenger’ omgegaan met de adviezen (5 minuten)

Stap 1: inbrengen patiëntencasus (5-10 minuten)

Stap 2: verhelderen (5-10 minuten)

Stap 3: denkpauze (5 minuten)

Stap 4: adviesronde (20 minuten)

Stap 5: evaluatie (5 minuten)

Stap 6: rapportage via internet (na de vergadering, door een der groepsleden)” (P&K: Handleiding bij de intervisie)

 

 

1.b. Intercollegiale toetsing

Bij intercollegiale toetsing staat de hele groep centraal en gaat de doelstelling verder. Men bestudeert gezamenlijk een bepaald onderwerp, aan de hand van een bestaande richtlijn, onderdeel van de praktijkvoering (NRV-model: inhoud, organisatie en communicatie) of literatuur. Naar aanleiding van de uitgewisselde kennis worden meer of minder bindende afspraken gemaakt voor uitvoering van de (nieuwe) kennis in de dagelijkse praktijk. In een volgende bijeenkomst kan men elkaar toetsen aan de gemaakte afspraken. Vervolgens maakt men nieuwe afspraken over hetzelfde onderwerp en/of men gaat over naar een ander onderwerp. De intercollegiale toetsing wordt zo gebruikt voor de toetsing van het handelen van de collegae aan elkaar. Intercollegiale toetsing vindt eveneens plaats in een vaste groep. Focus is hier niet een persoon maar de hele groep. De groep stelt een verbeterdoel vast rond een bepaald onderwerp en men toetst elkaar op naleving van gemaakte afspraken”. (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 2.2.)

 

 

1.3 Visitatie

“De inhoud van de vragenlijsten betreft naast organisatorische en communicatieve aspecten van de beroepsuitoefening, ook de inhoudelijke beroepsuitoefening en het primaire zorgproces” (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 2.2.)

 

 

 

1.4. Kanteling van de visitatie

 

Intervisiegroepen gaan over integrale intercollegiale toetsing over de volle breedte van het vak. Deze groepen zullen afspraken/normen ontwikkelen waaraan men elkaar zal toetsen. Deze onderlinge afspraken kunnen als leidraad voor de beoordeling dienen (de beoordeling is: onvoldoende, voldoende, goed, zeer goed). Deze dienen dan vanzelfsprekend aan te sluiten op richtlijnen en adviezen vanuit de NVvP. Dit over alle drie de onderdelen van het NRV model: inhoudelijke en organisatorische zaken als dossiervoering en attitude/communicatie. Visitatie sluit daarmee ook nauw aan op accreditatie”. (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 5.2.3.)

 

1.5. Nolan methode

“Het betreft een doorbraakproject van het CBO (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg): door monitoring van gegevens worden de effecten van een interventie, vastgesteld.  Het doel is inzicht te verkrijgen in het eigen gedrag en vervolgens door veranderingen tot kwaliteitsverbetering te komen”.

Het werd ontwikkeld voor farmacotherapie maar is volgens P&K toepasbaar voor intercollegiale toetsing: toetsbare afspraken worden gemaakt en het effect wordt gemeten (ZOOOOO!) (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 2.5.)

 

Het willen toepassen van de farmacotherapeutische Nolan methode op het “kantelen van de visitatie” toont onmiskenbaar de overheersende signatuur van de biologische psychiatrie op P&K.

 

 

2. Indicatiestelling en - toetsing: Deze hangen samen met de Automatisering

 

 

 

 

3. Sancties en beloningen:

 Hiervoor zal een wervingsstrategie uitgezet worden, deels via de beschreven communicatiemiddelen, via persoonlijke werving  en eventueel via kruisbestuivings-bijeenkomsten waar men kennis kan maken met de verschillende instrumenten en methodes.

Daarnaast zullen voor deze groep ook meer extrinsieke motiverende benaderingsstrategieën ingezet dienen te worden, zoals uit onderstaand schema blijkt. In het hoofdstuk over de borging gaan we hier verder op in (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 6.2.)

 

 

 

Uit: P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 6.2.

 

Het is al bekend wie de “Achterblijvers” zijn: de psychotherapeutisch georienteerde ZGP’s  (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: Bijlagen: 10.1.3)

Hoe lang zal het duren tot de biologisch georienteerde ZGP’s de controles, parametriseringen, standaardiseringen, uniformeringen van instrumentarium, procedures en protocollen, spuugzat zullen zijn?

 

 

In het hoofdstuk Borging is het volgende te vinden:

Inhoud, uitvoering en kwaliteit dienen vanzelfsprekend gegarandeerd te worden via externe toetsing (regionaal en landelijk) bv. onder auspiciën van de commissie ABNA (Commissie Accreditatie Bij-en Nascholing van de NVvP).

Koppeling van het “gekantelde visitatiemodel” aan de commissie ABNA geeft een integrale kwaliteitsgarantie (om het nog een keer over self serving bias te hebben).

Visitatie sluit daarmee ook nauw aan op accreditatie.

Door de koppeling van een dergelijke kwaliteitsbevorderingsmethode aan accreditatiepunten en eventueel aan herregistratie zal naast de intrinsieke motivatie ook een extrinsieke factor toegevoegd worden voor blijvende toepassing (P&K: Plan van Aanpak 2003-2004: 8.3.3.)

 

Samenvatting:

P&K = De Commissies CWZ, Richtlijnenontwikkeling en ABNA van de NVvP, OMS, etc, definiëren wat kwaliteit is.  Kwaliteit in hun definitie is vooral datgene wat hun eigen belangen bevordert en borgt. Hun definitie wordt wet.

 

P&K zet een systeem van controle en beoordeling op tussen collegae onderling over het navogen van zijn richtlijnen om zijn definitie van kwaliteit (het bevorderen en borgen van zijn eigen belangen) te verwezenlijken. Aan de controle en beoordeling zullen de accreditatie en de herregistratie gekoppeld worden. Behalve deze negatieve en punitieve maatregelen, zullen er ook positieve incentives zijn, zoals beloning op financieel en/of carriere gebied.

 

 

Wat zal er nog van collegialiteit over blijven na al die “intercollegiale” toetsing opgesmukt met sancties en beloningen?

Wat zal er nog aan professionele intuitie, creativiteit, zelfgegenereerde kennisspiraal, verwerven van wijsheid overblijven na het “onder meer of minder dwang” opvolgen van richtlijnen, procedures, protocollen, indicatoren, parameters, volledige en nauwgezette gegevensregistratie (Parts: 5.2.1.)?

 

Hierin schuilen de destructieve kanten van P&K: het vernietigen van

intellectueel en sociaal kapitaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4. Automatisering = PARTS

Deze behelst twee aspecten:

1 Het electronisch medisch dossier (MED)

2 De landelijke centrale database

deze centrale database heeft drie functies:

a)     Het opslaan van de patiënten dossiers

b)     Het toetsen van de ingevoerde gegevens op overeenkomst met de richtlijnen

c)      Het verzamelen van gegevens voor de externe belanghebbenden

Automatisering behelst aldus: Diagnoses worden gekoppeld aan een vastgelegd protocol en aan een vastgelegd aantal zittingen. Vervolgens wordt deze Trias opgeslagen in een centrale data base.

Als gevolg hiervan kunnen de verzekeraars/overheid/systeembeheerder/richtlijnencommissie e.a. commissies van NVvP de psychiaters-psychotherapeuten nauw controleren. Wel opgemerkt: de financiële belangen van de coalitie van verzekeraars/overheid/systeembeheerder/universitaire biologisch psychiatrische  wereld staan lijnrecht tegenover de financiële belangen van psychiaters-psychotherapeuten en patiënten (zie hoofdstuk over financiering). Afhankelijk van de compliance van de psychiaters-psychotherapeuten met het systeem kan de coalitie beslissen wel of niet uit te betalen.

De psychiaters-psychotherapeuten wordt de vrijheid van het uitoefenen van hun individuele expertise en beroepservaring ontnomen.

 

“The risk of misuse of diagnostic categories and classifications for political or economic purposes is not buried with the past. Concepts concerning the nature and classification of psychiatric illness will always attract ideological and political attention that can translate into laws or policies that may have unforseen consequences. For example, calls for a rationing of psychiatric care will also seek “evidenced-based imprimatur in psychiatric classification. The theory and practice of psychiatric diagnosis and classification cannot be divorced from their social context” (Jablensky, Lit. , geciteerd door May&co, Lit  )

 

P&K en Parts misbruikt psychiatrie voor economische doelen en voor de overheersing van een tak van de psychiatrie over de andere takken; maar het opent ook deuren tot het misbruik van psychiatrie voor criminele en/of politieke doelen. Ik kom hierop nog terug.

 

Vervolgens ga ik in op elke aspect van de Automatisering.

 

 

 

 

 

 

4.1. Het electronisch medisch dossier (MED)

Het is een standaard model met drie domeinen (biologisch, sociaal, psychologisch) en vier niveaus: N-3 betreft erfelijkheid, enzymfactoren, neurotransmitters; N-2 betreft somatische co-morbiditeit, co-medicatie, labo-ratorium bepalingen; N-1 betreft cerebrale organiciteit, neuropsychologische onderzoeken, MRI; N betreft het innerlijk, de persoon, het individu”.

Elk niveau behelst een aantal aandachtsgebieden, ofwel hoofdstukken.

Inhoud van MED:

De psychiatrische voorgeschiedenis (“altijd tekstueel”), de Status mentalis, de somatische anamnese, diagnose en classificatie (DSM-IV of als niet, danwel een beschrijvende diagnose), algemene checklist, hypothese, decursus.

 

Ontgoochelend over MED is het onderwerp van het discussieforum.

De vragen die ter discussie gesteld worden zijn: “Bent u van mening dat zaken als “land van herkomst”, “land van herkomst ouders”, “nationaliteit”, “ras” en “seksuele geaardheid” dienen te worden opgenomen in dit gedeelte?” (betreft: algemene informatie, beschrijving - voor een deel in te voeren door een secretaresse (OOOO? Een secretaresse in een privepraktijk?); Parts: 13.13.1)

Dit zijn “zaken” die voor psychotherapeuten zo ongeveer dezelfde relevantie hebben als een inwendig onderzoek heeft voor een gynaecoloog. Dit ter discussie te stellen toont aan de overheersende biologische signatuur van P&K en Parts.

Ontgoochelend is ook de volgende dialoog in een werkgroepvergadering Automatisering:

“Peter Krul:  het psychiatrisch onderzoek moet worden geparametriseerd op zodanige wijze dat de beroepsgenoten zich daar “im grossen ganzen” in kunnen vinden.

Suzy Bollen: Ik vraag me af of dit niet een té grote exercitie is??” (Verslag werkgroepvergadering Automatisering, 30 augustus 2001)

 

De implementatie van P&K-Parts vereist trouwens volgens de auteurs het instellen van een aantal nieuwe commissies, o.a. een parametrisatiecommissie”. Hopla! 

 

MED wordt door P&K-Parts intensief geexploiteerd voor zijn op patienten gerichte propaganda: dankzij MED zal de patientenzorg vortaan gestructureerd zijn rondom de patient, en niet meer rondom de ZGP’s.  MED zou voor de patient veiliger zijn:  “In Parts is er nauwkeurig op toegezien kwaliteitsparameters, alerts en afhandelingsvoorstellen steeds duidelijker in beeld te brengen indien ongewenste situaties (b.v. afwijken van het protocol?) dreigen te ontstaan. Dat is eenmaal onmogelijk als niet hier en daar tamelijk dwingend gegevens worden ingevoerd (in MED). Hoe dwingend dat moet, weet natuurlijk niemand” (Parts: 8.).

 

Het is omwille van deze veiligheidsbevordering voor de patient dat de ZGP zijn autonomie zal moeten opgeven, argumenteert Parts.

 

P&K beschouwt dan ook de professionaliteit van de ZGP als volgt:

Vele ZGP’s  “bieden binnen hun behandelkamer sterk persoonlijk getinte, spirituele aspecten als integraal onderdeel van hun therapie. Dit alles onder het bezielende motto” 'wat goed is voor de dokter is goed voor de patiënt'” (P&K: Autonomie en socialisatie, P. Agtereek, 14 mei 2003). 

Over persoonlijk getinte, spirituele aspecten” gesproken: de derde-generatie gedragstherapie (Acceptance and commitment therapy – ACT) ontleent haar centrale concept en veel van haar interventies aan het Boeddhisme, dat zelf 2600 jaar geleden ontsproten is uit de duizenden jaren oude Indiaase metafysische traditie. Het centrale concept van ACT is “mindfulness” -  in de Boedhistische geschriften een van de acht (en de effectiefste) psychologische factoren die tot de Verlichting leiden.

Dit samenhang ontgaat helaas collega P. Agtereek. Er ontgaat hem nog veel meer (over kwaliteit gesproken). Zoals b.v. dat hij zich zelf tegenspreekt wanneer hij het door M. Mahler beschreven separatie-individuatieproces van het kleine kind aanhaalt in zijn betoog tegen (!) de autonomie van de ZGP’s. Zoals b.v. het essentiële feit dat psychotherapeutisch denken niet stochastisch en tegengesteld is aan deterministisch denken, maar juist tot op bepaalde hoogte deterministisch is, en geenszins stochastisch maar hermeneutisch.

Ik zal hem verder citeren, want zijn laatdunkende en vertekenende houding t.o.v. de ZGP’s is typerend voor de houding van P&K-Parts:

 

“Dossiervorming: door het gebruik van voorgedrukte formulieren en een zekere uniformiteit in de verslaglegging, kan worden voorkomen dat belangrijke zaken worden vergeten; Een dossier raakt niet meer zoek en is, door de uniforme opzet, veel inzichtelijker voor een geraadpleegde collega;  Medicijngebruik: door de patiënt te vragen zijn medicijndoosjes bij het eerste consult mee te nemen, ....kunnen onverwachte neveneffecten worden voorkomen. “Van autonomie naar een sociale werkelijkheid: Een paradigmaverschuiving” (gaat over de noodzaak om ZGP’s te resocialiseren); Wat pessimistisch gesteld, lijkt elke collega een eigen, bijna exclusieve blik op de realiteit te hebben. Dat verhoudt zich niet erg gunstig met de behoefte (van P&K) om zaken enigermate te uniformeren. Toch is dat wel goed mogelijk (met het MED).

Het is eigenlijk opvallend dat ....verbetering van kwaliteit ....van 'hogerhand' wordt opgelegd, terwijl de inspanningen die dit met zich meebrengt voornamelijk op uitvoeringsniveau moeten worden geleverd.” (Parts: Autonomie en socialisatie, P. Agtereek, 14 mei 2003).

 

Zo ver over MED.

 

 

 

 

 

 

4.2. De centrale database

 

“De ICT mogelijkheden voor gegevensregistratie, gegevensvergelijking, gebruik van performance indicatoren, beslissingsondersteuning bij implementatie van richtlijnen en medicijninteracties en voor inhoudelijke informatie-uitwisseling zijn van grote waarde”. (Parts: Plan van Aanpak 2003-2004: 8.3.3.)

Een van de waarden is b.v. de bijdrage aan richtlijnenontwikkeling (Parts: 5.2.5.). Een andere waarde is de noodzaak om verschillende commissies in te stellen (zie: Financiele aspecten); weer een andere waarde is de mogelijkheid de psychiaters te controleren in al hun handelingen.

 

De voordelen van PARTS voor P&K zijn duidelijk.

 

Hoe zit het van de kant van de “interne belanghebbenden” er uit?

 

 

 

 

Risico’s

 

De risico’s verbonden aan cyberspace zijn groot, onoverzichtelijk en onvoorspelbaar. Gegevens kunnen verloren en onbedoeld uitgewist worden; ze kunnen misbruikt, vernietigd, gestolen, gekopieerd, vervalst, gewijzigt, ongeoorloofd verspreid en openbaar gemaakt worden. Het misbruik kan criminele, politieke, economische doelen beogen.

 En 100% veilige data-base bestaat niet – niet op lange en niet op korte termijn.

 

De volgende citaten heb ik niet onder “Literatuur” ondergebracht omdat ik het van essentieel belang vind dat ze niet overgeslagen worden. Daarom zijn ze in de tekst opgenomen, ook al zou dit even verwarrend lijken.

1 “Database security breaches on the rise by Scott C. Nevins (CEO, president and director of Protegrity, Inc., a leader in database security software in Stamford, CT.)

Law enforcement experts now estimate that more than half of all identity theft cases are committed by employees with access to large financial databases. 

Organizations don't want to advertise the fact that their internal people have access to customer data, can steal that data, cover their tracks, give the data to anybody and stay undetected and employed while a crime is committed. Not surprisingly, there is much more illegal and unauthorized database access than corporations admit to their clients, stockholders, business partners or law enforcement. According to Gartner, an estimated 70% of unauthorized access to information is committed by internal employees — who are also responsible for more than 95% of intrusions that result in significant financial losses.

The insiders who commit database intrusions often have network authorization, knowledge of database access codes and a precise idea of the valuable data they want to exploit. Organizations can assign a multiplicity of rights, logins, roles and passwords to restrict queries and application usage. Regardless, if someone can simply access the database files directly — either on the server or from backup media — they can see everything

The goal of intrusions is to obtain valuable information, databases, research data, HR records, etc. The information can be sold and/or used by the perpetrators. Once information is located and duplicated, there are two ways to "carry" it out. The first is to transfer it via the Internet. The second is with physical media: floppies, CDs, external drives (ZIPs, USB drives, and many others), etc”. (Storage Networking World  ARTICLE POSTED March 31st, 2003)

 

2 “The collapse of Individual Learning Accounts (ILA) programme

….some of the 8,000 learning providers with legitimate access to the system could have been able to roam around areas other than the specific section they were entitled to view.

The provider said someone had tried to sell them a computer disc holding data on a large number of ILA account holders with the implication that the information could be used to claim funding. Checks showed that the data "did indeed represent live ILA account numbers", Healey said. (The Guardian  Tuesday January 22, 2002)
 

 

3  "E-mail stays around for a long time because it is very difficult to truly get rid of digital data. Forensic specialists can retrieve data from a hard drive that people thought was erased.

People are candid with e-mail, but this is true in Word documents. When a computer is on a network, with many redundancies built in, even if someone deletes an e-mail or a document from his hard drive, and then from the recycle bin, it's still not gone.

Deleted files can be brought back, and courts have ruled that such evidence is discoverable.

With privacy, it comes down to whose hardware and software is being used. Courts have held that an employer has the right to monitor employees' e-mail and Internet use - at least in the U.S.

If someone used their home computer for work and dialed in to a network, its contents can be searched. Anil Phull, a senior analyst with the Yankee Group who specializes in security services, said many companies are using monitoring programs today that were designed to catch spies.

There is a program called 'Silent Runner' that was developed for the CIA and the National Security Agency, said Phull. It looks for relationships in an organization, such as traffic between two people, between one person and one computer, or between one person and the outside.

Phull said he used Silent Runner when he was in the U.S. Navy. At first, the program was used to find people who were leaking classified information.

We found instead that it works well with banks and on Wall Street, he said. It takes a huge amount of information and reduces it to relationships and trends.

E-mail monitoring programs can be "trained" to look for specific words and phrases, "The more intelligent software can pick out specific words in a message"

And the software is getting more advanced

I think you'll see a lot more Big Brother software, said Phull. Some security folks already are monitoring a lot of things." (“News Story
Companies must prepare for 'e-discovery” By: Michael Bartlett, Newsbytes.
May 28, 2002URL: http://www.computeruser.com/news/02/05/28/news7.html)

 

4  Items of personal information (your surname, first name, age, address, passport number, credit card number, state of health, food preferences (which could indicate your religion) and your previous travels will be communicated, without your consent, by the airline company with which you travel to the US Customs. All this information will be fed into a data- processing system known as CAPPS. By cross-checking it with information available from the police, the State Department, the Department of Justice and the banks, CAPPS will evaluate the degree of danger passengers pose.

Latin Americans are also being watched. 65 million Mexicans, 31 million Colombians and 18 million citizens of Central America have files on them in the US, without their knowledge. Each file has their date and place of birth, gender, names of their parents, a physical description, their marriage status, the number of their passport and their stated profession. Often the files include confidential information such as personal addresses, phone numbers, bank account details, car registration numbers and fingerprints. It seems that the entire population of Latin America is gradually being put on file by Washington.

James Lee, spokesman for ChoicePoint, the company that buys these files to re-sell them to the US government, explained the process.

Americans themselves are suffering from the current paranoia. New controls, authorised by the USA Patriot Act, are threatening personal privacy.

The scariest of all the projects of illegal state surveillance is the one being created by the Pentagon under the codename Total Information Awareness (4), a system for total data surveillance that has been entrusted to the care of Admiral John Poindexter.

The project proposes collecting an average 40 pages of information on each of the 6 billion inhabitants of this planet and entering them into a supercomputer. By processing all available personal data the Pentagon is hoping to establish a tracker profile of every adult alive  (I.RAMONET: Lit. 9)

 

Samenvatting tot dusver: En 100% veilige data-base bestaat niet – niet op korte en zeker niet op lange termijn.

1) Gegevens worden misbruikt door bevoegden (zie citaat 1+2)

2) Gegevens worden misbruikt door onbevoegden (zie citaat 3)

Voor een drugsbaron b.v. in het bezit van “Silent Runner” zou de centrale data base een kant en klare consumentelijst kunnen zijn.

Ook historische gebeurtenissen kunnen tot misbruik leiden. Wie weet welke partij met welke ideologie aan de macht komt in de toekomst? Met welke ideeën over homoseksuelen, ongehuwde moeders, gehandicapten, huidskleur, religies, spiritualiteit?

Elke dag worden in kranten nieuwe inbraken in de gegevens in Cyberspace gerapporteerd.

Een hele reeks organisaties is opgericht om de in gevaar gekomen mensenrechten te beschermen (Lit. 6)

 

Deze risico's lopen niet alleen de patiënten, maar op termijn de hele Nederlandse bevolking.

Te meer omdat P&K als voordeel van de centrale data base aangeeft de mogelijkheid deze te koppelen aan andere databases (Parts: 3.4.). In VS heeft de FBI na 11.09.2001 alle data bases aan elkaat gekoppeld: belasting, FBI files, banken, etc. (zie Lit. 9).

Is dit een voordeel of een ernstig risico? Wat zal er met de data base gebeuren als er in Nederland een aanslag gepleegd zou worden? Of als er een extremistische partij aan het bewind komt?

 

De risico’s verbonden aan het opslaan van psychiatrische dossiers in een centrale database zijn groter dan in het geval van het opslaan van gewone medische dossiers.

Dit heeft te maken met de aard van de medische dossiers van psychiaters. Wij weten allemaal dat het medisch dossier van een psychiater-psychotherapeut aanzienlijk verschilt van het dossier van een internist, oogarts, huisarts, etc.

Het verschil begint bij de diagnose:

De somatische diagnose van de internist, oogarts, huisarts is onderdeel (als de derde as) van een veel omvattende diagnose op nog vier andere assen (dimensies):

As I: Het klinische beeld

As II: De persoonlijkheids stoornis

As III: Somatische aandoeningen

As IV: De voor As I + As II relevante life events

As V: Het algemene niveau van functioneren

As I + As II + As IV + As V, tezamen of apart, zijn stigmatiserender dan een somatische diagnose.

Bovendien bevat As IV details van het privé-leven van de patiënt –privé informatie over de patiënt wordt al in de diagnose vermeld.

Het verschil zet zich voort in de decursus:

Uitgebreide informatie over de familie achtergrond (tot de 2 -de of tot de 3 -de generatie terug), thuis - en werksituatie, vrienden en vijanden, geheimen van de patient en anderen.

Over 15-20 jaar zal de hele Nederlandse bevolking vermeld staan (of de identiteit van iedereen zal herleidbaar zijn) in de data base, zij het als ouder-figuur, sibling, partner, minnaar, leidinggevende, noem maar op.

 

 

 

Beveiliging van de centrale data base in het P&K

A) Toegang tot de gegevens

“Degenen die rechtstreeks bij de uitvoering van een behandelingsovereenkomst zijn betrokken, alsmede degene die optreedt als vervanger van de behandelaar, worden niet als derden beschouwd (artikel 7:457, lid 2, BW)” = hebben dus toegeng

“Rechtstreeks bij de behandeling betrokken zijn met name de medebehandelaar of consulent, of personen die betrokken zijn bij de materiële verzorging en begeleiding van de patiënt. Ook beheerders van dossiers en bij de financiële afwikkeling betrokken personen en, afhankelijk van de intensiteit van de relatie, personen in opleiding, intervisie of supervisie kunnen worden aangemerkt als rechtstreeks bij de behandeling betrokkenen”. (Prismant dus per definitie, en ook b.v. de Richtlijnencommissie)

 

B) Wet bescherming persoonsgegevens (WBP)

“Artikel 13 WBP legt op de verantwoordelijke (i.c. de zefstandig gevestigde psychiater) een verplichting tot beveiliging van de persoonsgegevens op”

C) Beveiliging volgens de Registratiekamer  (thans College Bescherming Persoonsgegevens: CBP)

 

“Achtergrondstudie en Verkenning nr. 23: 

De door de verantwoordelijke te nemen beveiligingsmaatregelen zijn afhankelijk van de aard en omvang van de persoonsgegevens en van de wijze van verwerking van die persoonsgegevens. Door de verantwoordelijke dient een analyse te worden uitgevoerd teneinde te bepalen welke risicoklasse van toepassing is op de persoonsgegevens.

De Registratiekamer gaat uit van vier risicoklassen.

 

Risicoklasse 0: publiek niveau

Het gaat hier om openbare persoonsgegevens. Voorbeelden hiervan zijn telefoonboeken, brochures, publieke internet sites

 

Risicoklasse I: basis niveau

Bijvoorbeeld lidmaatschappen, arbeidsrelaties, klantrelaties en overeenkomstige relaties tussen een betrokkene en een organisatie:

school - leerling, verhuurder - huurder, hotel - gast, vereniging - lid, etc 

Risicoklasse II: verhoogd risico

De verwerkingen van bijzondere (gevoelige) gegevens als bedoeld in art. 16 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Deze risicoklasse is derhalve van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens omtrent iemands gezondheid in een EPD door vrij gevestigde psychiaters.

 

Risicoklasse III: Hoog risico

Dit geldt bijvoorbeeld bij verwerking van meerdere verzamelingen van bijzondere persoonsgegevens. Of b.v. wanneer het gegevens over levensbedreigende ziektes betreft.

 

 

In het onderhavige geval, waarin sprake is van de verwerking van dergelijke gegevens door vrij gevestigde psychiaters in een EMD, volstaat het onderbrengen van deze verwerking van bijzondere gegevens in risicoklasse II (verhoogd risico).

 

Hoezo behelzen gegevens over een levensbedreigende ziekte een hoger risico dan biographische gegevens (altijd onderdeel van een psychiatrisch dossier) en psychiatrische diagnoses, die veel stigmatiserender zijn dan somatische diagnoses?

 

 

D)  Over de wijze waarop de persoonsgegevens moeten worden beveiligd:

“De uiteindelijke keuze van het stelsel van algemene maatregelen wordt bepaald door de ‘state of the art’, de kosten van de maatregelen en de continuïteit van bepaalde voorzieningen”.

 

(alle citaten uit: P&K: Beveiliging van de centrale data base: Universiteit van Tilburg, Centrum voor Recht, Bestuur en Informatisering,  J. Nouwt)

 

Hier volgt een laatste citaat:

 “Een punt van aandacht betreft de privacybescherming en voorlichting aan de patiënten omtrent de automatische registratie van gegevens. In dat kader heeft Suzy (Bollen) informatie ingewonnen bij de KNMG n.a.v. de nieuwe Wet Bescherming Persoonsgegevens . Er is een aantal zaken waaraan wij dienen te voldoen bij “registratie en verwerking van patiëntgegevens”:

1.      Er is een meldingsplicht aan de Registratiekamer. Er zal nog uitgezocht worden of iedere psychiater dit afzonderlijk moet doen of dat volstaan kan worden met een melding door de centrale verantwoordelijke (i.c. de NVvP)

(let wel: de patient zal de psychiater aanklagen, niet de Orde van Medische Specialisten of P&K)

2.      Er zal een reglement door verantwoordelijken en beheerder opgesteld moeten worden over de toegang , doelstelling e.d. van de gegevens. (van de WLR is een vergelijkbaar reglement  bijna klaar)

(let wel: 70% van inbraken wordt gepleegd door bevoegden, die vaak wel degelijk de grenzen van hun geoorloofde domein overtreden zie citaat 1+2)

3.      De gegevens moeten zodanig versleuteld worden dat ze niet tot personen herleidbaar zijn. De autorisatie voor de toegang tot de gegevens moet goed geregeld zijn (ook binnen ieders persoonlijke PC)

(Let wel: ook geëncrypteerde data bases zijn niet 100% veilig)

4. Iedere psychiater heeft een informatieplicht  t.o.v. zijn patiënten dat er gegevens geregistreerd worden. Wanneer de gegevens zodanig versleuteld zijn dat ze “niet tot de persoon herleidbaar” zijn is er géén toestemmingsvereiste van de patiënt voor de verzameling van de gegevens.  De informatie kan in een folder verstrekt worden”. (P&K: Verslag werkgroepvergadering Automatisering, 30 augustus 2001)

 

Commentaar over punt 4:  Zonder meer zou dit mogelijk zijn door een slimme “loop” in de wet. Maar:

Waar blijft het beroepsgeheim? Waar blijft de vertrouwensband tussen psychiater en patient? Waar blijven de patiënterechten om eerlijk geinformeerd te worden?

Waar blijft het door de Constitutie gegarandeerde recht op privacy? Waar blijft de integriteit van de NVvP, de overheid en de zorgverzekeraars ten opzichte van de veiligheid van de Nederlandse bevolking?

Is dit niet een schending van alle democratische beginselen waarop Nederland stoelt?

 

 

E)  Politiek misbruik van psychiatrie

 

De opstelling van P&K  t.o.v. de integriteit van de beroepsuitoefening en de bescherming van de veiligheid van de samenleving verdient een motie van wantrouwen.

 

Psychiatrie en psychologie zijn al ernstig misbruikt voor politieke doelen (Sowjetunie: Lit 7a + 7b; China: Lit. 8).

 

Niemand weet welke partij met welk programma over 5 of 10 of 15 jaar het land zal regeren. Niemand weet waar naar toe de huidige wereldconflicten zullen leiden.

De archivering van medische dossiers van psychiaters-psychotherapeuten in een centrale database in plaats van in de werkkamer van de behandelaar opent, op korte en lange termijn, de deuren voor nieuwe vormen van misbruik.

De psychiater-psychotherapeut bewaart de medische dossiers op floppies of CD’s, in een bureaula.

Zelfs als deze gestolen zouden worden (hoe onwaarschijnlijk dat ook is), dan gaat het alsnog om een zeer beperkt aantal dossiers. Het staat niet in verhouding met het downloaden van een nationale database.

Ik wijs het argument van P&K-Parts af dat het medische dossier veiliger is in de centrale database dan in de werkkamer van de psychiater-psychotherapeut.

Integendeel: het tegenovergestelde is waar.

 

 

 

 

 

FINANCIËLE ASPECTEN

 

De financiering van het project behelst:

1) Structurele financiering

2) Honoreringsstructuur

 

1) De structurele financiering houdt in:

 

a)  Inhoudelijk beheer van de kwaliteitsinstrumenten (Commissie... HOPLA!)

b)  Onderhoud van de kwaliteitsinstrumenten (HOPLA!)

c)  Opzetten en i-stand-houden van een uitvoeringsorganisatie voor de kwaliteitsinstrumenten  (“Registratie en controle van door de ZGP’s uit te voeren en uitgevoerde kwaliteitsactiviteiten dient opgezet en bemand te worden” Parts: Plan van Aanpak 2003-2004: 8.4.2.)  (HOPLA! HOPLA! HOPLA!)

d)  Inhoudelijk beheer automatisering (“In nauwe samenwerking met de richtlijnencommissie zullen geleidelijk elektronische expertsystemen ontwikkeld worden voor toepassing van richtlijnen”: Parts: Plan van Aanpak 2003-2004: 8.4.3.)

e) Technisch beheer en aansluiting aan externe systemen  (b.v. Helpdeskfunctie, maar ook koppeling van databases)

 

Waar moet het geld vandaan komen?

“Gedacht kan worden aan geoormerkte gelden, binnen het totale landelijke budget, of in de toekomst b.v. een percentage van de beschikbare gelden voor regionale productie afspraken. Deze gelden dienen expliciet gereserveerd te worden, bestemd voor landelijk beheer en organisatie van kwaliteitsactiviteiten” (Parts: Plan van Aanpak 2003-2004: 8.5.2.)

 

Met andere woorden: P&K zal millioenen Euro´s structureel uit het landelijke GGZ budget aftappen.

 

2) Honoreringsstructuur houdt in:

“Deelname aan kwaliteitsbevorderende activiteiten zou gekoppeld kunnen worden aan een hoger tarief. Voor de verzekeraar kan het daarbij van belang zijn dat er via b.v. een “keurmerk” van de NVvP zekerheid gegeven wordt dat men een bepaalde kwaliteit levert.  Een dergelijk algemeen keurmerk dient hiervoor te volstaan. Dergelijke financiele beloning dient aan te sluiten op de toekomstige financieringsstructuur, i.c. de DBC’s en het hieraan gekoppelde uurtarief.

 

De subsidies het Ministerie VWS worden met een jaar verlengd mits in 2004  70% van de ZGP’s aan het project zal deelnemen.

 

Hoe veel ZGP’s zullen zich laten intimideren, begoochelen of verleiden door P&K en Parts, en zal de beginselen van ons mooie vak opgeven?

 

 

CONCLUSIES

 

1)     P&K dient de belangen van de biologische psychiatrische universitaire wereld

2)     P&K dient de belangen van tientallen bestaande bureaucratische organisaties en leidt tot het instellen van nog meer bureaucratische organisaties

3)     P&K dient de belangen van de zorgverzekeraars en vertegenwoordigt daarmee een misbruik van psychiatrie voor economische doelen

4)     P&K vertoont verregaand controlerende trekken die de benaderingen die buiten het biologische kader vallen in hun identiteit aantasten

5)     P&K is begonnen als een project voor ZGP’s, maar heeft  expansionistische plannen (grotendeels te realiseren via PARTS, het software systeem, dat generiek is); het beoogt uitbreiding naar andere gebieden van de GGZ en heeft de intentie de DBC’s te incorporeren

6)     P&K heeft psychotherapeuten zo goed als niets te bieden; het meeste van wat P&K beweert te bieden te hebben zijn propaganda en lege verkooppraatjes; integendeel, het holt psychotherapie uit

7)     P&K heeft patienten weinig positiefs te bieden, ook al veinst het het tegenovergestelde door middel van brainwashing

8)     P&K brengt patienten, psychiaters, en de hele Nederlandse samenleving op korte en lange termijn in gevaar door zijn Automatiseringssysteem Parts:

a)     Patiënten: het opslaan van de medische dossiers in een centrale data base levert patienten uit aan de risico’s van misbruik, diefstal en vervalsing van de gegevens, met desastrueuze gevolgen; door het koppelen van deze database aan andere databases worden deze risico’s verhoogd.  Via de een of andere “loop” in de WBP heeft P&K de intentie geuit de expliciete toestemmingsverklaring van patiënten hiervoor te omzeilen; daarentegen pleit de hele propaganda van P&K dat de veiligheid van de patiënt voor P&K een van de belangrijkste drijfveren was en is.

b)     Psychiaters: ze worden verondersteld hun beroepsgeheim en daarmee hun professionele ethiek op te offeren aan de belangen van P&K, die niet overeenkomen met de belangen van de psychiaters en patiënten; mochten er gegevens uit het patiëntendossier misbruikt, gestolen of vervalst worden, dan zal de patient de psychiater juridisch aanklagen, en niet de Orde van Medische Specialisten of de firma Prismant. De psychiater moet dan zien zich te verdedigen

c)      Samenleving: op lange termijn zal een groot deel van de Nederlandse bevolking vermeld staan in de centrale database. Dit opent de deuren voor misbruik (politiek, economisch, criminele activiteiten, etc), diefstal en vervalsing van gegevens voor elke burger. De gevolgen kunnen desastrueus zijn.

 

 

P&K en de Modernisering van de AWBZ

 

De AWBZ moderniseert richting markteconomie en vrije ondernemerschap.

P&K werkt dit tegen, ook al veinst het het tegenovergestelde. De toename van bureaucratische instanties en van bureaucratische controle staan haaks op de ontwikkeling van een markteconomie.

De overheersing al in dit beginstadium van één discipline, m.n. de biologische psychiatrie, belemmert de positionering van andere disciplines als vrije ondernemers.

 

De koppeling van P&K aan de markteconomie via de DBC’s, zoals P&K het beoogt, is als zand in de olietank – het belemmert elk daadwerkelijk vooruitgang in dit proces. Als P&K de kans krijgt zich uit te breiden, zal het meer en meer gebieden in de GGZ lam leggen.

Van een van de meest functionele en progressieve GGZ-en zal de Nederlandse GGZ veranderen in een van de meest disfunctionele en repressieve.

 

Wat is de uitweg?

 

1)     P&K en Parts moeten ontmanteld worden

2)     Ook al zou dit lukken, zullen ZGP’s in de greep blijven van de verzekeraars. De veiligheid die zij lange tijd genoten hebben is m.i. slechts een schijnveiligheid geworden

3)     M. i. Is de modernisering van AWBZ richting markteconomie onvermijdelijk. De zuiverste vorm van markteconomie/ondernemerschap is het restitutiestelsel. Afschaffing van het naturastelsel (overheid-verzekeraar betaalt direkt aan de psychiater) en vervanging hiervan door het restitutiestelsel (patiënt betaalt psychiater, en claimt vervolgens bij overheid-verzekeraar), zou ons kunnen helpen bevrijden uit de bureaucratische en economische tang. Het lijkt mij de moeite waard deze mogelijkheid serieus in overweging te nemen.

 

 

Literatuurlijst

 

1)   www.p&k.nl

2)   www.parts.nu

Inclusief:   P. Agtereek “Autonomie en socialisatie” (14 mei 2003)

                 Handleiding bij de intervisie

                 Visitatie

                 J. Nouwt: Beveiliging van de centrale data base

                 Verschillende verslagen van werkgroepen

3)   H. Nicolai “De eed en het geld”, Petrus Camper Instituut 2003, isbn 90-901651903, pag. 82-83

4)   A. Jablensky: “The nature of psychiatric classification: issues beyond ICD-10

and DSM-IV”, Aust. N. Zeal. J.Psychiatry, 1999, 33: 137-144

5)    M. May, W. Gaebel, J.J. Lopez-Ibor, N. Sartorius: “Psychiatric Diagnosis and classification”, John Wiley& Sons, 2002, isbn0-471-49681-2

6)    a) online newsletters discuss a wide variety of cyberspace privacy issues: Visit its web site, www.uwm.edu/Org/comp-privacy.  www.vortex.com/privacy

       b) nonprofit public interest groups: 

Center for Democracy and Technology:  www.cdt.org

Computer Professionals for Social Responsibility:  Web: www.cpsr.org. Electronic Frontier Foundation: Web: www.eff.org.

PrivacyActivism:  Web: www.privacyactivism.org
Privacy Rights Clearinghouse:  Web: www.privacyrights.org.

7)    a) S. Bloch:”Russia’s Political Hospitals: the Abuse of Psychiatry in the Sowjet Union”, Gollancz, isbn 057502318x

       b) S. Bloch, P.Reddaway “Psychiatric Terror: how Sowjet Psychiatry is Used to Suppress Dissidents”, Basic Books, isbn 0465064884

8)    Geneva Initiative on Psychiatry: “There is strong evidence that the government of the People’s Republic of China (PRC) is using psychiatry as a means of repression against its citizens. This has most recently come to light because of the persecution of members of the Falun Gong group, numbering over 5 million people in China alone. However, this practice by no means started with this particular group.

As in Soviet times, the political abuse of psychiatry has been used in China for dissidents, religious believers, persistent petitioners, and whistle-blowers. This practice seems to have begun in China in the 1950s or early 1960s and was used in unique and very widespread ways during the Cultural Revolution. From 1978 onwards, it appears that more classic Soviet-style psychiatric abuse has been employed. There is a wealth of documentary evidence as to psychiatric abuse in China, much of it published in Chinese journals. According to official sources, approximately 15% of all forensic psychiatric cases during the 1980s were political. More recently, figures from the Chinese Journal of Psychiatry and other journals suggest that the level of such abuse had fallen below five percent in the early 1990s. However, there has been a major resurgence of psychiatric abuse in China since July 1999, with hundreds of members of the Falun Gong religious group having been forcibly sent to mental asylums by the police as part of a wider government crackdown against the group.

Until 1987, it appears that there were very few secure mental hospitals in China; since then, mental illness has increased, serious crime is on the rise and now an entire, secretive network of forensic psychiatric hospitals have been established…called the “Ankang” system which translates to mean “Peace and Health.” There are approximately 20 Ankang Institutes with staff employed by the Ministry of Public Security, similar to the Special Psychiatric Hospitals in the USSR. Psychiatrists working in these institutes wear white coats over their military uniforms. The Chinese government intends to eventually have one Ankang Hospital in every Chinese city of more than 1 million people”.
9 I. Ramonet: “On the record”, The Guardian, May 2003; Le monde diplomatique, augustus 2003

10 “The tenets of evidenced-based medicine are that well formulated questions about medical management, including diagnosis and therapy, can be answered by:

a. carrying out high-quality, randomised, controlled clinical trials

b. tracing all available evidence

c. analysing the evidence systematically

d. determining how valid and useful the evidence is

e. applying the evidence to the management of the individual patient.

It needs to be appreciated that although there are well established methods for carrying out the first four of these procedures (yielding what is known as “best evidence”), it is the last that is the most important and difficult. This is because the evidence on which decisions are made is usually derived from large populations, which may not have included patients like those you want to treat; even if the trials were representative of your patients, there is so much interindividual variability that mean values taken from studies of populations may not be applicable to individuals. In addition, there are many therapeutic problems for which adequate evidence is not available at all; in such cases one uses what evidence there is, indifferent though it may be”. (Davidson’s Principles and Practice of Medicine, edited by Ch. Haslett, E.R. Chivers, N.A. Boon, N.R. College, J.A.A. Hunter, Churchill Livingstone, 19-th edition 2002, isbn 0-443-07035-0)

 

 

 

Donca Vianu

Psychiater-Psychotherapeute

Johannes Verhulststraat 151

1075 GW Amsterdam

E-mail:  dvianu@hotmail.com

dvianu@chello.nl

Telefoon: 020-6759995